Armenië & Georgië (20 dagen)

Armenië & Georgië rondreis (20 dagen)

Met deze individuele rondreis door Armenië & Georgië bezoek je de mooiste plekken van deze bijzonder buurlanden. Deze rondreis, een self-drive of per auto met chauffeur, start en eindigt in Tbilisi en laat je in 20 dagen uitgebreid kennis maken met beide landen.

De uitgebreide reisbeschrijving hierna gaat uit van een rondreis per auto met chauffeur. De genoemde excursies kunnen als voorbeeld worden gebruikt voor een self-drive per huurauto.

Deze reis is ook mogelijk met start en einde in Kutaisi. Vanuit Eindhoven zijn directe vluchten op deze stad in het westen van Georgië.

NB: op onze website staat ook uitgebreide landeninfo voor Armenië en Georgië.
NB: de vermelde rijtijden zijn indicatief en exclusief (toeristische) stops onderweg.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 20 dagen
Beste reistijd: april t/m oktober

Prijs vanaf € 1650,- op basis van self-drive, of vanaf € 2250,- op basis van auto met chauffeur (uitgebreide prijsinformatie).
Praktische reisinformatie en achtergronden: Armenië en Georgië.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!
Bel (030-3040031) of mail (info@blinireizen.nl) ons, of klik op de offerte-knop hieronder.
Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-2 Tbilisi
Je vliegt naar Tbilisi. Bij aankomst word je opgewacht en naar je hotel gebracht.

De hoofdstad Tbilisi is een stad waar de energie van de 21e eeuw zich sfeervol mengt met de zichtbaar lange geschiedenis. Je kunt je bezoek aan deze stad beginnen met een klim naar de oude citadel, in 360 gebouwd door de Perzen. Hiervandaan is te zien hoe Tbilisi zich uitstrekt langs de oevers van de rivier Mtkvari, ingeklemd tussen de heuvels.

In het oude centrum verzorgen kerken, paleizen en monumentale gebouwen de achtergrond voor een levendig stadsleven waarin terrasjes, restaurants en cafés een grote rol spelen. Delen van de oude stad zijn goed gerestaureerd, met respect voor het verleden en aandacht voor details. Andere delen zijn nog wat vervallen, met de muren van de oude huizen vol scheuren en gammele houten balkons en de wortels van dikke bomen die de keien van de straten omhoog duwen. Van de vele kerken is de Sioni-kathedraal bij ons favoriet. Je kijkt vanaf de straat neer op het pleintje voor de hoge deuren. Als er een dienst of een bruiloft is, is het leuk mensen kijken.

Een heel andere sfeer vind je rond Rustaveli, de statige boulevard waaraan onder meer het parlement en het operagebouw liggen. Dit deel van de stad werd in de 19e eeuw door de Russen aangelegd. Een moderne en opvallende brug verbindt de oude stad met een stadspark dat vooral in de weekenden en op zomeravonden populair is bij de inwoners van Tbilisi. Boven het park ligt het nieuwe presidentieel paleis, modern, met veel glas en licht.
Ook verschillende wijken op de oostelijke oever van de Mtkvari zijn de laatste jaren grondig opgeknapt, zoals Avlabari, op de heuvel achter de Matekhi-kerk en Aghmashenebeli Avenue. Op deze oever ligt ook de grote, nieuwe Sameba-kathedraal, nu de belangrijkste kerk van Georgië.

De stad telt ook verschillende goede musea. Daarvan mag vooral het Kunst Museum niet gemist worden. De collectie varieert van een bijzondere selectie iconen en een schat aan gouden sieraden tot een verzameling werken van Russische schilders als Repin en Serov. Populair zijn ook de werken van Georgiër Niko Pirosmani.

Dag 3 Haghpat & Sanahin, Dilijan
Als je hebt gekozen voor een rondreis per auto met chauffeur word je ’s ochtends in je hotel opgepikt. Als je hebt gekozen voor een self-drive haal je de auto op in het centrum van de stad.

Je verlaat de stad in zuidelijke richting en rijdt door een breed, dichtbevolkt dal. Na 1,5 uur rijden kom je bij de grens met Armenië. Als je niet zelf rijdt, staat hier je Armeense chauffeur op je te wachten.

Na de grens wordt het dal steeds smaller en de beboste berghellingen hoger. Je volgt nu de Debed-rivier. De eerste stad in Armenië is de mijnstad Alaverdi. Sinds de val van de Sovjet-Unie is de bevolking van de stad gehalveerd tot 13.000 inwoners. Je komt echter niet voor Alaverdi maar beklimt de steile helling ten zuiden van de stad. Hier kom je eerst bij het klooster van Haghpat. In de 10e eeuw was dit een belangrijk centrum van wetenschap, cultuur en religie, nu is het sfeervolle complex verlaten. Hemelsbreed maar 10 kilometer verderop ligt het klooster van Sanahin. Beide complexen staan op de Unesco werelderfgoedlijst.

Je volgt het mooie, nauwe dal van de Debed-rivier verder Armenië in. Op een hoogvlakte kom je verrassend genoeg door enkele dorpen waar vrijwel alleen Russen wonen. Hun voorouders trokken in de 19e eeuw weg uit Rusland toen zij daar werden vervolgd voor hun interpretatie van het orthodoxe geloof.

Je daalt af naar de beboste dalen rond Dilijan. Dit stadje is bij Armeniërs populair als vakantieoord en wordt door hen liefkozend Armeens-Zwitserland genoemd.

Tbilisi – Haghpat – Dilijan: 4 uur rijden

Dag 4 Sevanavank, Noraduz, Selim & Goris
In de bergen ten noorden van Dilijan ligt het klooster van Haghartsin verscholen in een bebost dal. Alleen de ligging al maakt het klooster een bezoek meer dan waard.

Wandelaars kunnen overwegen hier een extra dag te plannen voor een wandeling met een lokale gids door het Dilijan National Park.

Een flinke klim door de beboste bergen brengt je naar de ingang van een lange tunnel. Als je deze weer uitrijdt zijn de bossen verdwenen en kom je aan de oevers van het meer van Sevan uit, dat op 1900 meter hoogte tussen de bergen ligt.
Hier stop je al snel bij het schiereiland Sevan waarop het klooster Sevanavank ligt. Het is een dankbare plek voor fotografen met twee oude kerken en verschillende bijzondere khachkars (bewerkte grafstenen) tegen een achtergrond van prachtig blauw water omringd door hoge bergen. Overigens was het schiereiland tot in de jaren ’30 een eiland. Toen deed het overvloedige watergebruik door de Sovjets voor industrie en landbouw het waterpeil dalen.

Je rijdt langs de westelijke oevers van het meer naar het zuiden. Onderweg kun je stoppen bij het bijzondere khachkar-veld van Noraduz. Deze grafstenen, bewerkt met rozetten en bloemmotieven, zijn een kenmerkend onderdeel van de Armeense kunst. Bij Noraduz staan meer dan 1000 khachkars, die eeuwenlang weer en wind hebben weerstaan.

Aangekomen aan de zuidpunt verlaat je het meer en klim je – begeleid door prachtige uitzichten – naar de 2410 meter hoge Selim-pas. Dat je daarmee oude handelsroutes volgt, blijkt als je stopt bij de oude karavanserai, die net over de pas ligt. Een prachtig dal volgend kom je uiteindelijk uit op de ‘grote’ weg die vanuit Jerevan naar Nagorno-Karabach en Iran voert.
De natuur blijft mooi en indrukwekkend. Een steeds smaller, rotsig rivierdal brengt je naar de de 2344 meter hoge Vorotan-pas. Hierna blijf je op hoogte en doorkruis je een brede, desolate hoogvlakte.

Je overnacht in Goris, de meest oostelijk gelegen stad van Armenië. De benaming stad lijkt wellicht wat overdreven wanneer je door de wijde en rustige straten van het centrum wandelt.

Dilijan – Goris: 4,5 uur rijden

Dag 5 Tatev & Khndzoresk
Je blijft een dag in deze omgeving. Je rijdt even terug naar het westen en neemt dan een zijweg over de hoogvlakte. Deze leidt naar het station van een kabelbaan die je snel en veilig over twee diepe dalen naar het hooggelegen klooster van Tatev voert (NB: de is op maandagen gesloten).
Het 9e-eeuwse Tatev is voor veel reizigers het favoriete klooster van Armenië. Dit komt vooral door de uitzichten en de geïsoleerde ligging, hoog op een bergtop boven een diepe kloof. Net als veel andere kloosters was Tatev eeuwenlang een belangrijke centrum voor de ontwikkeling en het behoud van de Armeense cultuur en identiteit.

Niet ver van Goris ligt Khndzoresk, een bijzonder, nu deels verlaten, dorp dat in grotten is gebouwd.

Dag 6 Zorats Karer, Noravank, Khor Virap & Jerevan
De rondreis voert je terug naar het westen. Bij het stadje Sisian ligt Zorats Karer, het “Armeense Stonehenge”: op een heuvelig terrein midden op de hoogvlakte staan hier tientallen enorme stenen. Over de betekenis is geen zekerheid maar een van de hypotheses is dat Zorats Karer een enorm observatorium was.

Bij de kruising met de weg naar de Selim-pas ben je in de streek Vayots Dzor, in heel Armenië bekend om zijn wijnen. In het dorpje Areni staan langs de kant van de weg tientallen kramen met colaflessen vol wijn. Deze vinden gretig aftrek bij de Iraanse vrachtwagenchauffeurs die bij de Iraanse douaniers natuurlijk niet met echte wijnflessen kunnen aankomen.
Niet veel verder verlaat je de hoofdweg. Een bergpas brengt je bij een nauw dal dat naar de kerk van Noravank voert, mooi gelegen tussen de steile, rode hellingen van de kloof. De roodbruine kleuren van het klooster passen goed bij de rotsen van de kloof.
De laatste stop van het eerste deel van je rondreis is het klooster van Khor Virap. Hier begon de christelijke geschiedenis van Armenië, dat als eerste land ter wereld het Christendom omarmde als staatsgodsdienst. Bijzonder van Khor Virap is de ligging in de indrukwekkende schaduw van de berg Ararat, de voor Armeniërs heilige berg die pijnlijk genoeg aan de andere kant van de gesloten Turkse grens ligt.

Aan het eind van de middag kom je aan in Jerevan, de hoofdstad van Armenië.

Goris – Jerevan: 4 uur rijden

Dag 7-8 Jerevan
Je hebt twee volle dagen voor Jerevan en omgeving. Jerevan is niet alleen de hoofdstad van Armenië, maar ook verreweg de grootste en belangrijkste stad van het land. Jerevan vormt het hart van Armenië. Een bezoek aan dit land is niet denkbaar zonder ook deze prettige, veilige en boeiende stad te leren kennen.

Hoewel op de huidige locatie van Jerevan al ruim voor Christus een nederzetting bestond, is de stad pas vanaf 1827 toen de Russen kwamen en later in de Sovjettijd echt tot ontwikkeling gekomen. Nu telt de stad 1,1 miljoen inwoners, bijna een derde van alle inwoners van het land. Het oude hart van de stad is het Plein van de Republiek, een groot plein dat wordt omsloten door indrukwekkende gebouwen in Stalinistische stijl. Hier liggen ondermeer het Nationaal Historisch Museum, het Nationale Kunst Museum en het Marriot, het duurste hotel van de stad. Het tweede grote en populaire plein is het Opera Plein, dat rond het imposante gebouw van de Nationale Opera ligt.
Jerevan is een stad waar mensen graag en veel buiten zijn. Het is dan ook een stad van parken, terrassen en brede boulevards met flanerende mensen. Het is leuk om een plekje uit te zoeken en onder het genot van een kopje koffie of een Gyumri- of Kilikia-biertje mensen te kijken.
Zoals elke hoofdstad heeft ook Jerevan een groot aantal goede, leuke en interessante musea. Zonder volledig te willen zijn volgt hieronder een korte opsomming van de musea die Blini Reizen zelf de moeite waard vindt. Allereerst het Nationaal Historisch Museum. Hier wordt de geschiedenis en de ontwikkeling van de Armeense cultuur duidelijk verteld. Een bezoek aan het museum verzorgt de achtergrond die je nodig hebt om alles wat je tijdens je rondreis gaat zien of al gezien hebt, te plaatsen en te begrijpen.
In het zelfde gebouw als het Nationaal Historisch Museum zit het Nationaal Kunst Museum. Hier is een van de grootste collecties kunst uit de voormalige Sovjet-Unie te bewonderen. Daarbij niet alleen Armeense kunst, die deels uit kerken en kloosters komt, maar ook veel schilderijen van West-Europese schilders en bekende Russen als Repin en Vaznetsov.
Het Matenadaran-museum vertelt het verhaal van de ontwikkeling van het Armeense alfabet, een belangrijke factor in de versterking van de Armeense staat, de Armeense kerk en het Armeense nationaal bewustzijn. Wat ons betreft is het niet alleen een van de beste musea van het land, maar is een bezoek ook onmisbaar voor iedereen die Armenië wil leren kennen en begrijpen.
Favoriet van Blini Reizen is het museum voor de Armeense regisseur Parajanov. Het bevat talloze kunstwerken die de regisseur vooral maakte in de periode dat het maken van films hem door het Sovjetregime was verboden. En passant maak je als bezoeker kennis met een tijd die voor kunstenaars niet de makkelijkste was. Indruk maken bijvoorbeeld de kleine potloodtekeningen die Parajanov maakte toen hij gevangen zat.

Om de Armeniërs en de staat Armenië te begrijpen ontkom je ten slotte eigenlijk niet aan een bezoek aan het indrukwekkende Genocide Monument. Dit herdenkt de slachtoffers van de genocide die de Turken aan het begin van de 20e eeuw pleegden op Armeniërs in het Turkse Rijk. Schattingen lopen uiteen van een half tot anderhalf miljoen slachtoffers.

Op dag 8 verlaat je de stad voor een excursie. Ten oosten van Jerevan ligt de Garni tempel, de enige nog uit de Oudheid overgebleven tempel in Armenië. De ligging van Garni is imposant: de tempel is gebouwd op een strategische locatie, aan drie kanten beschermd door diepe afgronden die leiden naar de Azat-rivier. Op het terrein zijn ook de ruïnes van een kerk en een gedeelte van een oud badhuis (met mooie mozaïeken) te vinden. De tempel van Garni is in de jaren 70 van de vorige eeuw volledig gerestaureerd, en is het enige overgebleven monument uit de Hellenistische periode, gewijd aan de zonnegod Mithra. Waarschijnlijk werd de tempel niet verwoest toen Armenië zich tot het christendom bekeerde omdat hij zich in de zomerresidentie van de Koninklijke familie bevond.
Vlakbij Garni ligt de kerk van Geghard. De huidige naam verwijst naar de speer – ‘geghard’ – waarmee Jezus’ zijde doorboord zou zijn en die in de 13e eeuw naar deze plek werd gebracht (en nu is te zien in museum van het Echmiadzin klooster). De kerken in het complex zijn gedeeltelijk uitgehouwen in de rotsen en bekend om hun architectuur en akoestiek; er worden zelfs opnamen van kerkkoren gemaakt. Al met al is dit een erg sfeervolle plek die niet voor niets op de Werelderfgoedlijst staat.

Dag 9 Echmiadzin, Amberd & Gyumri
Je verlaat Jerevan en gaat verder met je ontdekkingsreis door de Kaukasus. De eerste stop is de kathedraal van Echmiadzin, ook wel de ‘moederkerk’ van de Armeense kerk genoemd, deze stamt al uit de 4e eeuw na Christus. Volgens overlevering kreeg St. Gregorius de Verlichter, grondlegger van de Armeens-Apostolische kerk, in een visioen opdracht om juist op deze plek een kerk te bouwen. Aldus geschiedde. Tegenwoordig vormt de kathedraal het spirituele centrum van de Armeense Kerk, en is ook de zetel van de Katholikos, de Patriarch van alle Armeniërs wereldwijd.
Vlakbij Echmiadzin liggen de ruïnes van de kathedraal van Zvartnots, gebouwd in de 7e eeuw na Christus. Ooit was deze aan de Heilige Joris gewijde kathedraal de grootste kerk van Armenië, bedoeld om de nieuwe hoofdkerk te worden en daarmee die van Echmiadzin te overtreffen. Helaas is het originele heiligdom verwoest (waarschijnlijk door een aardschok in 930), maar aan de hand van de overgebleven zuilen kun je je nog een aardig idee vormen van de grootsheid van het geheel. Echmiadzin en Zvartnots staan gezamenlijk op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Je rijdt verder naar het noorden en verlaat al snel de hoofdweg. Een stille landweg voert je over de helling van de berg Aragats (niet te verwarren met de Ararat), door weiden en bossen. Het doel is de ruïne van Amberd. Dit fort was eeuwenlang een belangrijke vesting waarvandaan de Armeense vorsten heersten over dit deel van de Kaukasus. Hieraan kwam een einde zoals aan zoveel steden, forten en zelfs volkeren in dit deel van de wereld een einde kwam: met de komst van de Mongoolse legers. Amberd is nu niet meer dan een indrukwekkende en sfeervolle ruïne waarvandaan je een prachtig zicht hebt op de Aragats en over de laag liggende vlaktes.

In de middag kom je aan in de tweede stad van het land, Gyumri. Het is een levendige, gezellige stad ondanks de schade van de verwoestende aardbeving van 1988 die nog steeds niet geheel is hersteld.

Jerevan – Amberd – Gyurmi: 3,5 uur rijden

Dag 10 Vardzia
Een laatste rit door Armenië brengt je weer bij de grens met Georgië, ditmaal op een andere plek dan waar je Armenië bent binnengekomen. De eerste 20 kilometer na de grenspost voert over een hoogvlakte, daarna rijd je verder door een prachtig, verlaten, rotsig dal. Als je bij de ruïnes van een groot en indrukwekkend gelegen fort komt verlaat je de hoofdweg om een nog mooier en stiller dal in te rijden. Je komt door een enkel dorpje en bereikt dan het eeuwenoude grottenklooster Vardzia. Het is in de 12e eeuw gebouwd door de grote koningin Tamar. Zij heerste in de gouden eeuw over het koninkrijk Georgia en is nog steeds bijzonder populair. De wirwar van trappetjes en grotten, de schilderingen, het uitzicht, de ligging in het stille dal: het is een bijzondere en sfeervolle plek.

Gyumri – Vardzia: 3 uur rijden

Dag 11 Akhaltsikhe, Borjomi & Kutaisi
Je vervolgt je tocht door het zuiden van Georgië. Het dal wordt langzaam breder, de hellingen zijn bebost. De provinciestad Akhaltsikhe ligt niet ver van de Turkse grens. Het oude fort boven de stad is helemaal gerestaureerd en het is leuk hier even rond te wandelen. Overigens bestaat een derde van de bevolking van Akhaltsikhe uit Armenen.

De volgende bestemming is Borjomi, dat in een prachtige omgeving ligt. Borjomi verwierf faam als kuuroord voor de Russische adel (en in Sovjettijden voor de modelarbeiders) en als herkomst van het populaire gelijknamige bronwater. Je wandelt langs de oude paleizen en door de parken en drinkt het water direct uit de bron.

NB: wandelaars kunnen kiezen voor een extra dag voor een lange wandeling door het uitgestrekte Borjomi-Kharagauli National Park.

Verder naar het noorden kom je bij de belangrijkste weg van het land, van Tbilisi naar de kusten van de Zwarte Zee. Je neemt deze in westelijke richting. Niet veel verder kun je eventueel een stop maken bij het kleine maar sfeervolle kerkje van Ubisi. Later passeer je een bezienswaardigheid van een totaal andere orde: de grauwe industrieën van Zestaponi, waar je kilometers lang langs vervallen fabriekshallen en zwart beroete schoorsteenpijpen rijdt.

Einddoel van vandaag is Kutaisi, de tweede stad van het land en een paar eeuwen lang ook de hoofdstad. De geschiedenis van Kutaisi gaat echter verder terug, tot de 17e eeuw voor Christus. Volgens de overlevering was het hier dat Jason en zijn Argonauten het Gulden Vlies kwamen zoeken. Kutaisi is nu een vriendelijke en prettige provinciestad. Het oude centrum is gezellig en overzichtelijk.

Vardzia – Kutaisi: 3,5 uur rijden

Dag 12-13 Svaneti (Mestia)
Het is tijd voor het meest spectaculaire deel van je tocht door Georgië. Na vertrek uit Kutaisi voert de weg eerst door een vruchtbare vlakte, waar men ondermeer kiwi’s en thee verbouwt. Langs de weg wisselen verlaten en vervallen Sovjetgebouwen en alleenstaande huizen elkaar af.
Bij de stad Zugdidi draai je naar het noorden. Na twintig kilometer bereik je de voet van de bergen. De weg voert eerst langs het enorme Inguri-stuwmeer, dat prachtig blauw tussen de bergen ligt. De bijbehorende waterkrachtcentrale verzorgt een groot deel van de elektriciteit van het land.
De kloof wordt smaller, de rivier woester, de weg slingert zich door de bergen. Je begrijpt waarom Svaneti nooit werd veroverd. Na een rit door een indrukwekkend landschap verbreedt de kloof zich tot een dal en verschijnen de eerste dorpen van de Svan. Direct springen de beroemde torens in het oog. Elke familie bouwde daarmee zijn eigen vesting, bedoeld tegen boze buitenstaanders, maar ook tegen lawines. Alleen al in het grote dorp Mestia staan er tientallen.

Op dag 13 kun je verder de dalen van Svaneti intrekken. Als je reist met een chauffeur, dan regelt Blini voor de excursie naar Ushguli een jeep met chauffeur. Wanneer je een self-drive hebt en in een gewone auto die laag op de wielen staat rijdt, kan Blini een jeep voor je boeken. Over een soms slecht begaanbare weg die door prachtige natuur voert, bereik je uiteindelijk Boven-Svaneti. Dit gebied staat op de Unesco-lijst, vanwege de combinatie van ongerepte natuur en de middeleeuwse dorpen met hun eeuwenoude torens. In het dorp Ushguli maak je een wandeling. En natuurlijk bezoek je een traditioneel huis en beklim je een toren.
Wandelaars kunnen voor kiezen voor een flinke wandeling met een gids door de bergdalen ten noorden van Mestia. Een mogelijke wandeling voert je onder meer langs de dorpjes Lakhiri en Mushkeli. De Chalaadi-gletcher die verder in de bergen ligt is een andere optie. Het is verstandig deze wandeling al voor vertrek uit Nederland vast te leggen.

Kutaisi – Mestia: 4,5 uur

Dag 14 Kutaisi
De terugreis naar de bewoonde wereld voert via dezelfde spectaculaire route. Als je de bergen uitkomt stop je in Zugdidi eerst nog even bij het paleis van de Dadiani’s, een van de oude adellijke families uit Georgië (NB: het paleis is op maandag dicht).

Je overnacht weer in Kutaisi en hebt nu meer tijd voor de stad en de omgeving. Bij het oude kuuroord Tskaltubo liggen de Prometheus-grotten, een enorm complex van grotten waar boeiende wandelexcursies van 1,5 uur worden georganiseerd.
Verder naar het noorden stroomt de Okatse-rivier door een indrukwekkende kloof. Bijzonder is het wandelpad dat is gemaakt van houten vlonders en hoog boven de rivier hangt.

In en direct buiten Kutaisi liggen twee Unesco-monumenten. De eerste is de Bagrati-kathedraal, die op een heuvel boven de stad ligt. Het tweede Unesco-monument ligt een stukje buiten de stad, in een stille, beboste omgeving. Het is het klooster van Gelati, dat bestaat uit een sfeervolle kathedraal, met prachtige fresco’s, en verschillende bijgebouwen.

Mestia – Kutaisi: 4,5 uur

Dag 15-16 Chiatura, Gori & Stepantsminda (Kazbegi)
Je neemt eerst de hoofdweg in de richting van Tbilisi maar verlaat deze al snel. Een provinciaalse weg brengt je naar Chiatura. Dit mijnstadje is op het eerste gezicht geen voor de hand liggende bestemming voor toeristen. Maar voor reizigers met interesse in industrieel erfgoed en het vervallen verleden van de Sovjet-Unie, of voor reizigers die gewoon eens wat anders willen, is het een aanrader. Begin 20e eeuw kwam 60% van de wereldproductie van mangaan uit dit plaatsje in de bergen van Noordwest-Georgië.
In het centrum zelf, maar vooral in de dalen rondom, is de mijn en het verleden overal. Rangeerterreinen met roestende treinwagons, vervallen fabriekshallen, parkeerterreinen vol puin en gras, zwart-uitgeslagen kunstwerken die het ooit bloeiende Chiatura verheerlijkten. Opvallend zijn de vele kabelbanen die de kloof overspannen en van het dal naar de hoger gelegen hellingen voeren. De meeste hiervan zijn bedoeld om de mijnwerkers snel op hun werkplek te brengen, andere voor het transport van de erts. Een deel van de kabelbanen is nog in gebruik en een ritje in een van de kleine, roestige cabines, hoog boven het dal, is een bijzonder avontuur.

Je vervolgt je weg door stille bossen en heuvels. Niet van de stad Gori kom je weer uit op de hoofdweg naar Tbilisi. Gori is vooral bekend als geboorteplaats van Stalin. Een groot en fascinerend museum herdenkt de man die zoveel invloed heeft gehad op de geschiedenis van de 20e eeuw. Een bezoek aan het museum is niet standaard in deze reis opgenomen maar wel eenvoudig in te plannen. Een rondleiding heeft soms absurdistische trekjes. In ons geval werd in één zin aandacht besteed aan de minder positieve kanten van het Stalin-bewind: “… and some mistakes were made”.
Buiten Gori ligt de grottenstad met de moeilijke naam Uplistsikhe. De stad was al in de 5e eeuw voor Christus een belangrijke handelspost, maar werd vernietigd door Khulagu, de zoon van Djengiz Khan.

Wat verder naar het oosten draai je naar het noorden de Georgian Military Highway op. Deze werd in de 18e en 19e eeuw aangelegd door de Russen. De weg (geen snelweg maar een tweebaansweg) brengt je steeds verder de bergen in.

Je stopt eerst bij het fortencomplex van Ananuri, dat vooral bekend is om het beeldhouwwerk in de kerken. Daarna rijd je verder de bergen in naar de 2379 meter hoge Jvari-pas. Hiervandaan heb je indrukwekkend zicht over de Kaukasus en de besneeuwde toppen van de berg Kazbeg. Je daalt af door een stil dal naar het dorpje Stepantsminda (ofwel Kazbegi).

Stepantsminda is op 1797 meter hoogte de laatste plaats voor de Russische grens. Net buiten het dorp staat het mooist en spectaculairst gelegen kerkje van de Kaukasus: het Tsminda Sameba- of Gergeti-kerkje. Het ligt op een heuvelrug omringd door kale, hoge bergtoppen. Het is een plaatje dat je in alle reisgidsen en brochures over Georgië terugziet.

De volgende dag kun je zelf invullen, maar je moet zeker het Tsminda Sameba-kerkje bezoeken. De wandeling ernaar toe voert door een indrukwekkend landschap. Als je geen tijd of zin hebt om te lopen, kun je ook met de auto naar boven. Vanaf hier kun je nog verder lopen tot je zicht hebt op de gletsjers op de hellingen van de berg de Kazbeg.

In de ochtend kun je ook eerst met de auto naar de Sno-vallei te rijden, waar (beperkte) wandelmogelijkheden zijn.

Wandelaars die een langere tocht willen maken kunnen doorrijden naar het dorpje Juta waarvandaan je naar de voet van de 3842 meter hoge Chaukhebi-berg kunt lopen. De rondwandeling die ongeveer 3,5 uur duurt en zonder lokale gids te maken is, voert je door een ongerept dal dat vooral in de zomer vol bloemen staat. In het dorpje Juta krijg je een goed idee van het leven op het Georgische platteland. Gelegen midden in de natuurpracht van de Kaukasus is het dorpje door de sneeuw zes maanden per jaar afgesneden van de rest van Georgië.
NB: de weg door de Sno-vallei naar Juta is onverhard en een auto die hoger op de wielen staat is hier over het algemeen nodig. Wanneer je reist per auto met chauffeur en je wilt Juta in het programma opnemen, dan horen we dat graag van te voren. In dat geval regelt Blini namelijk een jeep voor dit stuk.

En natuurlijk kun je de Sno-vallei (eventueel inclusief Juta) en het Gergeti-kerkje op deze dag combineren.

Kutaisi – Chiatura – Stepantsminda: 5,5 uur rijden

Dag 17 Mtskheta & Telavi
De Jvari-pas en de Georgian Military Highway brengen je terug naar het zuiden. Net voorbij het Zhinvali-stuwmeer heb je twee mogelijkheden: een afslag voert je over stille, maar goede wegen door de bossen en bergen naar het zuidwesten. Het is de snelste en mooiste route naar Telavi, de bestemming van vandaag.
Als je de drukkere Georgian Military Highway verder naar het zuiden volgt kom je bij Mtskheta. Dit is de oude hoofdstad en het religieuze centrum van Georgië. Je bezoekt hier twee Unesco-monumenten: het oude klooster van Javri, dat hoog boven het rivierdal ligt, en de Svetitskhoveli-kerk, waar volgens de overlevering de lijkwade van Christus is begraven.
Of je nu kiest voor de directe route of de omweg via Mtskheta, uiteindelijk klim je door de bossen naar de Gombori-pas. Hiervandaan daal je af naar de brede en vruchtbare vallei van Kakheti.

Kazbegi (Stepantsminda) – Mtskheta – Telavi: 250 km – 4,5 uur rijden

Dag 18 Gremi, Nekrisi & Sighnaghi
Kakheti was lang een zelfstandig koninkrijk. Aan deze periode herinneren de ruïnes van forten en kloosters. Een belangrijke reden om nu deze provincie te bezoeken is de wijn. Deze drank wordt al meer dan 7000 jaar in Georgië gemaakt. Tijdens de Sovjetperiode was kwantiteit belangrijker dan kwaliteit maar sinds de onafhankelijkheid worden de Georgische wijnen beter en beter. Kakheti is een van de belangrijkste wijn-producerende regio’s van het land. Bijna elk dal en elk dorp heeft zijn eigen druivensoort. Maar zelfs de grotere druivenrassen zijn in Nederland alleen bekend bij de echte kenners, met druiven als Saperavi, Rkatsiteli en Tavkveri.

Aan de voet van de bergen aan de noordkant van de vallei liggen niet ver van elkaar twee bezienswaardigheden. Vanaf de sfeervolle ruïnes van Gremi, een kerk uit de 16e eeuw, kijk je uit over de vlakte. Het kloostercomplex van Nekresi is een stuk ouder: de kerk stamt uit de 4e eeuw en de basiliek uit de 7e eeuw. Het ligt hoog boven de vallei, busjes brengen je naar boven.
Een rit door velden met wijnranken brengt je naar het dorpje Gavazi. Hier lunch je in de tuin bij een lokale familie. De hele tafel wordt vol gezet met typisch Georgische gerechten en dranken. Het merendeel van de ingrediënten komt van het eigen land. Het is mooie kennismaking met de bijzondere Georgische keuken. Als je hier meer van wilt weten kunnen we het boek “Georgisch tafelen” van Moerman en Kalmakhelidze aanraden.

In de middag kom je aan in het gerestaureerde dorp Sighnaghi waar je overnacht. Het ligt op de heuvels aan de zuidkant van de vallei en doet direct aan Toscane denken. Het Bodbe-klooster, iets ten zuiden van het dorp, is gewijd aan Sint Nino, de vrouw die in de 4e eeuw het Christendom naar Georgië bracht en hier overleed. Ook het klooster is gesticht in de 4e eeuw. In de weekenden zijn Sighnaghi en Bodbe populair als uitstapje voor de inwoners van Tbilisi.

Telavi – Sighnaghi: 140 km – 2,5 uur rijden

Dag 19 (David Gareja &) Tbilisi
Je begint aan de laatste rit van je lange rondreis door de Kaukasus. Je rijdt in de richting van Tbilisi. Bij het dorp Sagaredzjo verlaat je de hoofdweg. Je volgt nu een stille weg door een steeds droger en onherbergzaam woestijnlandschap. Aan de voet van rotsige heuvels ligt het eeuwenoude complex van David Gareja dat bestaat uit 15 kloosters. In grotten in de rotsen zijn kerken en woningen voor de monniken uitgehakt.
Het eerste klooster dat je bezoekt is Lavra, dat stamt uit de 8e eeuw en waar nog steeds monniken wonen. Let in de kerk op de meer dan duizend jaar oude muurschilderingen.
Een stevige wandeling van 50 minuten brengt je daarna naar de ruïnes van het klooster van Udabno. De grotten liggen hoog op een rotsrichel en hiervandaan kijk je uit over de woestijnen en vlaktes van het westen van Azerbeidzjan.

We moeten twee kanttekeningen maken bij het bezoek aan David Gareja. Afhankelijk van de strengheid van de winter en het onderhoud van de weg kan het wegdek het laatste stuk naar David Gareja slecht zijn. Met een gewone auto, die niet hoog op de wielen staat, betekent dat langzaam rijden.
Daarnaast is de klim naar Udabno vrij stijl en niet aan te raden voor mensen die niet goed ter been zijn of hoogtevrees hebben. In totaal duurt de wandeling – als je alle grotten wilt zien – 2,5 uur, maar je kunt ook halverwege omkeren voor een kortere wandeling. Als je niet naar Udabno klimt, moet je je afvragen of het nog de moeite waard is naar David Gareja te rijden.

N.B.: Udabno ligt officieel op het grondgebied van Azerbeidzjan. Dit was nooit een probleem, maar sinds de zomer van 2019 houden Azeri-grenswachten wandelaars tegen. Er wordt gewerkt aan een oplossing. Totdat er meer zekerheid is over deze situatie is David Gareja niet meer standaard in dit programma opgenomen, maar reis je direct door naar Tbilisi. Mocht je toch naar David Gareja willen, laat ons dit dan weten.

Overweeg aan het einde van de reis nog een extra dag te nemen voor de leuke hoofdstad.

Sighnaghi – David Gareja – Tbilisi: 180 km – 4,5 uur rijden

Dag 20 thuisreis
Je wordt naar de luchthaven gereden en vliegt terug naar huis.

Top