Georgië Compleet (15 dagen)

Georgië Compleet

Deze rondreis door Georgië laat je zien hoe ongekend divers dit kleine land is. Van de besneeuwde pieken van de Kaukasus tot de stranden van de Zwarte Zee. Van de stemmige sfeer van de kerken tot de gezelligheid van de terrassen. Van de vervallen erfenis van de Sovjets tot het nieuwe elan van onafhankelijk Georgië.

In 15 dagen zie en ervaar je dit alles zelf, comfortabel per auto met chauffeur of als self-drive. Als je met een auto met chauffeur op pad gaat is het ook mogelijk een gids bij te boeken.

De uitgebreide reisbeschrijving hierna gaat uit van een rondreis per auto met chauffeur. De genoemde excursies kunnen natuurlijk als voorbeeld worden gebruikt voor een rondreis per huurauto.

De genoemde rijtijden zijn indicatief en zonder dat er rekening is gehouden met stops onderweg.

Deze rondreis is ook mogelijk met start en einde in Kutaisi. Vanuit Eindhoven zijn directe vluchten op deze stad in het westen van Georgië.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 15 dagen
Beste reistijd: april t/m oktober

Prijs vanaf € 1175,- op basis van self-drive, of vanaf € 1525,- op basis van auto met chauffeur (uitgebreide prijsinformatie).
Praktische reisinformatie en achtergronden: Georgië.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!
Bel (030-3040031) of mail (info@blinireizen.nl) ons, of klik op de offerte-knop hieronder.
Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-2 Tbilisi
Je vliegt naar Tbilisi. Bij aankomst word je opgewacht en naar je hotel gebracht.

De hoofdstad Tbilisi is een stad waar de energie van de 21e eeuw zich sfeervol mengt met de zichtbaar lange geschiedenis. Je kunt je bezoek aan deze stad beginnen met een klim naar de oude citadel, in 360 gebouwd door de Perzen. Hiervan is te zien hoe Tbilisi zich uitstrekt langs de oevers van de rivier Mtkvari, ingeklemd tussen de heuvels.

In het oude centrum verzorgen kerken, paleizen en monumentale gebouwen de achtergrond voor een levendig stadsleven waarin terrasjes, restaurants en cafés een grote rol spelen. Delen van de oude stad zijn goed gerestaureerd, met respect voor het verleden en aandacht voor details. Andere delen zijn nog wat vervallen, met de muren van de oude huizen vol scheuren en gammele houten balkons en de wortels van dikke bomen die de keien van de straten omhoogduwen. Van de vele kerken is de Sioni-kathedraal bij ons favoriet. Je kijkt vanaf de straat neer op het pleintje voor de hoge deuren. Als er een dienst of een bruiloft is, is het leuk mensen kijken.

Een heel andere sfeer vind je rond Rustaveli, de statige boulevard waaraan onder meer het parlement en het operagebouw liggen. Dit deel van de stad werd in de 19e eeuw door de Russen aangelegd.
Een moderne en opvallende brug verbindt de oude stad met een stadspark dat vooral in de weekenden en op zomeravonden populair is bij de inwoners van Tbilisi. Boven het park ligt het nieuwe presidentieel paleis, modern, met veel glas en licht.
Ook verschillende wijken op de oostelijke oever van de Mtkvari zijn de laatste jaren grondig opgeknapt, zoals Avlabari, op de heuvel achter de Matekhi-kerk en Aghmashenebeli Avenue. Op deze oever ligt ook de grote, nieuwe Sameba-kathedraal, nu de belangrijkste kerk van Georgië.

De stad telt ook verschillende goede musea. Daarvan mag vooral het Kunst Museum niet gemist worden. De collectie varieert van een bijzondere selectie iconen en een schat aan gouden sieraden tot een verzameling werken van Russische schilders als Repin en Serov. Populair zijn ook de werken van Georgiër Niko Pirosmani.

Dag 3-4 (David Gareja &) Kakheti
Op dag 3 begint je rondreis door het boeiende Georgië. Als je hebt gekozen voor een self-drive, pik je de auto in de ochtend op in het centrum. Als je op weg gaat met een auto met chauffeur haalt deze je in de ochtend bij het hotel op.

Je verlaat de stad in oostelijke richting, over de weg richting Azerbeidzjan. Bij het dorp Sagaredzjo verlaat je de hoofdweg. Je volgt nu een stille weg door een steeds droger en onherbergzaam woestijnlandschap. Aan de voet van rotsige heuvels ligt het eeuwenoude complex van David Gareja dat bestaat uit 15 kloosters. In grotten in de rotsen zijn kerken en woningen voor de monniken uitgehakt.
Het eerste klooster dat je bezoekt is Lavra, dat stamt uit de 8e eeuw en waar nog steeds monniken wonen. Let in de kerk op de meer dan duizend jaar oude muurschilderingen.
Een stevige wandeling van 50 minuten brengt je daarna naar de ruïnes van het klooster van Udabno. De grotten liggen hoog op een rotsrichel en hiervandaan kijk je uit over de woestijnen en vlaktes van het westen van Azerbeidzjan.

We moeten twee kanttekeningen maken bij het bezoek aan David Gareja. Afhankelijk van de strengheid van de winter en het onderhoud van de weg kan het wegdek het laatste stuk naar David Gareja slecht zijn. Met een gewone auto, die niet hoog op de wielen staat, betekent dat langzaam rijden.
Daarnaast is de klim naar Udabno vrij stijl en niet aan te raden voor mensen die niet goed ter been zijn of hoogtevrees hebben. In totaal duurt de wandeling – als je alle grotten wilt zien – 2,5 uur, maar je kunt ook halverwege omkeren voor een kortere wandeling. Als je niet naar Udabno klimt, moet je je afvragen of het nog de moeite waard is naar David Gareja te rijden.

N.B.: Udabno ligt officieel op het grondgebied van Azerbeidzjan. Dit was nooit een probleem, maar sinds de zomer van 2019 houden Azeri-grenswachten wandelaars tegen. Er wordt gewerkt aan een oplossing. Totdat er meer zekerheid is over deze situatie is David Gareja niet meer standaard in dit programma opgenomen, maar reis je direct van Tbilisi door naar Bodbe en Sighnaghi. Mocht je toch naar David Gareja willen, laat ons dit dan weten.

Je rondreis brengt je verder naar de brede en vruchtbare vallei van Kakheti. Aan de noordkant doemen de besneeuwde toppen van de Kaukasus op, aan de zuidkant lagere, beboste heuvels.
Kakheti was lang een zelfstandig koninkrijk. Aan de periode herinneren de ruïnes van forten en kloosters. Een belangrijke reden om nu deze provincie te bezoeken is de wijn. Deze drank wordt al meer dan 7000 jaar in Georgië gemaakt. Tijdens de Sovjetperiode was kwantiteit belangrijker dan kwaliteit maar sinds de onafhankelijkheid worden de Georgische wijnen beter en beter. Kakheti is een van de belangrijkste wijn-producerende regio’s van het land. Bijna elk dal en elk dorp heeft zijn eigen druivensoort. Maar zelfs de grotere druivenrassen zijn in Nederland alleen bekend bij de echte kenners, met druiven als Saperavi, Rkatsiteli en Tavkveri.

In de middag kom je aan in het gerestaureerde dorp Sighnaghi waar je overnacht. Het ligt op de heuvels aan de zuidkant van de vallei en doet direct aan Toscane denken. Het Bodbe-klooster, iets ten zuiden van het dorp, is gewijd aan Sint Nino, de vrouw die in de 4e eeuw het christendom naar Georgië bracht en hier overleed. Ook het klooster is gesticht in de 4e eeuw. In de weekenden zijn Sighnaghi en Bodbe populair als uitstapje voor de inwoners van Tbilisi.

Op dag 4 trek je verder Kakheti binnen. De dag begint met de noordkant van de brede vallei. Aan de voet van de bergen aan de noordkant van de vallei liggen niet ver van elkaar twee bezienswaardigheden. Vanaf de sfeervolle ruïnes van Gremi, een kerk uit de 16e eeuw, kijk je uit over de vlakte. Het kloostercomplex van Nekresi is een stuk ouder: de kerk stamt uit de 4e eeuw en de basiliek uit de 7e eeuw. Het ligt hoog boven de vallei. Busjes brengen je naar boven.

Een rit door velden met wijnranken brengt je naar het dorpje Gavazi. Hier lunch je in de tuin bij een lokale familie. De hele tafel wordt vol gezet met typisch Georgische gerechten en dranken. Het merendeel van de ingrediënten komt van het eigen land. Het is mooie kennismaking met de bijzondere Georgische keuken. Als je hier meer van wilt weten kunnen we het boek Georgisch tafelen – Moerman en Kalmakhelidze aanraden.

De volgende stop is het landgoed van de beroemde Georgische familie Chavchavadze in Tsinandali. Hier is nu een bekend wijnhuis gevestigd dat uitstekende wijnen produceert.
Het is leuk hier even rond te kijken en de wijnen te proeven.

Je overnacht in het stadje Telavi, met 20.000 inwoners de hoofdstad van de provincie. Het kasteel werd gebouwd in de 18e eeuw toen Telavi het centrum van het koninkrijk Kakheti was.

Tbilisi – Sighnaghi: 180 km – 4,5 uur
Signaghi – Telavi: 140 km – 2,5 uur

Dag 5-6 (Mtskheta &) Stepantsminda
Je verlaat Kakheti en klimt door de bossen naar de Gombori-pas. Na de afdaling sta je voor een keuze: je maakt een omweg via Mtskheta of je rijdt over stille, mooie wegen direct naar het noorden. Mtskheta is de oude hoofdstad en het religieuze centrum van Georgië. Je bezoekt hier twee Unesco-monumenten: het oude klooster van Javri, dat hoog boven het rivierdal ligt, en de Svetitskhoveli-kerk, waar volgens de overlevering de lijkwade van Christus is begraven.

De rit voert verder door prachtige natuur langs de Georgian Military Highway. Deze werd in de 18e en 19e eeuw aangelegd door de Russen. De weg (geen snelweg maar een 2-baans weg) brengt je steeds verder de bergen in.
Je stopt eerst bij het fortencomplex van Ananuri, dat vooral bekend is om het beeldhouwwerk in de kerken. Daarna rijd je verder de bergen in naar de 2379 meter hoge Jvari-pas. Hiervandaan heb je indrukwekkend zicht over de Kaukasus en de besneeuwde toppen van de berg Kazbeg. Je daalt af door een stil dal naar het dorpje Stepantsminda (ofwel Kazbegi).

Stepantsminda is op 1797 meter hoogte de laatste plaats voor de Russische grens. Net buiten het dorp staat het mooist en spectaculairst gelegen kerkje van de Kaukasus: het Tsminda Sameba- of Gergeti-kerkje. Het ligt op een heuvelrug omringd door kale, hoge bergtoppen. Het is een plaatje dat je in alle reisgidsen en brochures over Georgië terugziet.

De volgende dag kun je zelf invullen, maar je moet zeker het Tsminda Sameba-kerkje bezoeken. De wandeling ernaar toe voert door een indrukwekkend landschap. Als je geen tijd of zin hebt om te lopen, kun je ook met de auto naar boven. Vanaf hier kun je nog verder lopen tot je zicht hebt op de gletsjers op de hellingen van de berg de Kazbeg.
Of je gaat met de auto naar de Sno-vallei, waar (beperkte) wandelmogelijkheden zijn.

Wandelaars die een langere tocht willen maken kunnen in de Sno-vallei doorrijden naar het dorpje Juta waarvandaan je naar de voet van de 3842 meter hoge Chaukhebi-berg kunt lopen. De rondwandeling die ongeveer 3,5 uur duurt en zonder lokale gids te maken is, voert je door een ongerept dal dat vooral in de zomer vol bloemen staat. In het dorpje Juta krijg je een goed idee van het leven op het Georgische platteland. Gelegen midden in de natuurpracht van de Kaukasus is het dorpje door de sneeuw zes maanden per jaar afgesneden van de rest van Georgië.
NB: de weg door de Sno-vallei naar Juta is onverhard en een auto die hoger op de wielen staat is hier over het algemeen nodig. Wanneer je reist per auto met chauffeur en je wilt Juta in het programma opnemen, dan horen we dat graag van te voren. In dat geval regelt Blini namelijk een jeep voor dit stuk.

Je kunt ook het Gergeti-kerkje en de Sno-vallei op deze dag combineren, waarbij je dan begint met het bezoek aan het kerkje. Wanneer je naar Juta wandelt kun je het Gergeti-kerkje beter in de middag plannen.

Telavi – Mtskheta – Stepantsminda: 4,5 uur

Dag 7 Gori & Kutaisi
Je rijdt terug naar het zuiden. Zestig kilometer ten noorden van Tbilisi kom je op de enige snelweg van het land, deze volg je naar het westen. In het hart van de Kartli-provincie ligt Gori, er zijn twee bezienswaardigheden die je zou kunnen bezoeken. Gori is vooral bekend als geboorteplaats van Stalin. Een groot en fascinerend museum herdenkt de man die zoveel invloed heeft gehad op de geschiedenis van de 20e eeuw. Een bezoek aan het museum is niet standaard in deze reis opgenomen maar wel eenvoudig in te plannen. Een rondleiding heeft soms absurdistische trekjes. In ons geval werd in één zin aandacht besteed aan de minder positieve kanten van het Stalin-bewind: ‘…and some mistakes were made’.
Buiten Gori ligt de grottenstad met de moeilijke naam Uplistsikhe. De stad was al in de 5e eeuw voor Christus een belangrijke handelspost, maar werd vernietigd door Khulagu, de zoon van Djengiz Khan.

Net voorbij Gori verlaat je de hoofdweg, een stille, mooie weg leidt door beboste bergen naar het noorden. Hier ligt het mijnstadje Chiatura, op het eerste gezicht geen voor de hand liggende bestemming voor toeristen. Maar voor reizigers met interesse in industrieel erfgoed en het vervallen verleden van de Sovjet-Unie, of voor reizigers die gewoon eens wat anders willen, is het een aanrader. Begin 20e eeuw kwam 60% van de wereldproductie van mangaan uit dit plaatsje in de bergen van Noordwest-Georgië.
In het centrum zelf, maar vooral in de dalen rondom, is de mijn en het verleden overal. Rangeerterreinen met roestende treinwagons, vervallen fabriekshallen, parkeerterreinen vol puin en gras, zwart-uitgeslagen kunstwerken die het ooit bloeiende Chiatura verheerlijkten. Opvallend zijn de vele kabelbanen die de kloof overspannen en van het dal naar de hoger gelegen hellingen voeren. De meeste hiervan zijn bedoeld om de mijnwerkers snel op hun werkplek te brengen, andere voor het transport van de erts. Een deel van de kabelbanen is nog in gebruik en een ritje in een van de kleine, roestige cabines, hoog boven het dal, is een bijzonder avontuur.

Einddoel van vandaag is Kutaisi, de tweede stad van het land en een paar eeuwen lang ook de hoofdstad. De geschiedenis van Kutaisi gaat echter verder terug, tot de 17e eeuw voor Christus. Volgens de overlevering was het hier dat Jason en zijn Argonauten het Gulden Vlies kwamen zoeken. Kutaisi is nu een vriendelijke en prettige provinciestad. Het oude centrum is gezellig en overzichtelijk.

Stepantsminda – Chiatura – Kutaisi: 5,5 uur

Dag 8-9 Svaneti
Het is tijd voor het meest spectaculaire deel van je rondreis door Georgië. Na vertrek uit Kutaisi voert de weg eerst door een vruchtbare vlakte, waar men ondermeer kiwi’s en thee verbouwt. Langs de weg wisselen verlaten en vervallen Sovjetgebouwen en vriendelijke alleenstaande huizen elkaar af.
Bij de stad Zugdidi draai je naar het noorden. Na twintig kilometer bereik je de voet van de bergen. De weg voert eerst langs het enorme Inguri-stuwmeer, dat prachtig blauw tussen de bergen ligt. De bijbehorende waterkrachtcentrale verzorgt een groot deel van de elektriciteit van het land.
De kloof wordt smaller, de rivier woester, de weg slingert zich door de bergen. Je begrijpt waarom Svaneti nooit werd veroverd. Na een rit door een indrukwekkend landschap verbreedt de kloof zich tot een dal en verschijnen de eerste dorpen van de Svan. Direct springen de beroemde torens in het oog. Elke familie bouwde daarmee zijn eigen vesting, bedoeld tegen boze buitenstaanders, maar ook tegen lawines. Alleen al in het grote dorp Mestia staan er tientallen.

Op dag 9 trek je verder de dalen van Svaneti in.
Over een soms moeilijk begaanbare weg die door prachtige natuur voert, bereik je uiteindelijk Boven-Svaneti. Dit gebied staat op de Unesco-lijst, vanwege de combinatie van ongerepte natuur en de middeleeuwse dorpen met hun eeuwenoude torens. In het dorp Ushguli maak je een wandeling. En natuurlijk bezoek je een traditioneel huis en beklim je een toren.
Als je reist met een chauffeur, dan regelt Blini een jeep voor de excursie naar Ushguli. Wanneer je een self-drive hebt en in een gewone auto die laag op de wielen staat rijdt, kan Blini een jeep voor je boeken.

Wandelaars kunnen voor kiezen voor een flinke wandeling met een gids door de bergdalen ten noorden van Mestia. Een mogelijke wandeling voert je onder meer langs de dorpjes Lakhiri en Mushkeli. De Chalaadi-gletcher die verder in de bergen ligt is een andere optie. Het is verstandig deze wandeling al voor vertrek uit Nederland vast te leggen.

Kutaisi – Mestia: 4,5 uur

Dag 10-11 Batoemi
De terugreis naar de bewoonde wereld voert via dezelfde spectaculaire route. Als je de bergen uit komt stop je in Zugdidi eerst nog even bij het paleis van de Dadiani’s, een van de oude adellijke families uit Georgië (NB: het paleis is op maandag dicht).
Het contrast tussen de woeste bergen en het uiteindelijke reisdoel kan haast niet groter zijn. Batoemi is een tropische bad- en havenplaats aan de Zwarte Zeekust. De statige gebouwen in het oude centrum stammen vooral uit het begin van de 20e eeuw, toen de haven van Batoemi floreerde als overslagplaats voor de olie die per trein werd aangevoerd van de olievelden bij Bakoe.
De laatste jaren is het centrum van de stad uitgebreid gerenoveerd en heeft Batoemi haar allure herwonnen. Er is ook veel nieuwbouw en futuristische en kleurig verlichte gebouwen dragen bij aan de sfeer van een hippe badplaats.
Batoemi is een stad waar de mensen tot ’s avonds laat flaneren over de boulevard. Een stad van terrassen, palmbomen, bloemen en de ruisende zee.
De middag en de hele volgende dag ben je ‘vrij’. Het geeft je de kans om even bij te komen van het eerste deel van de reis, bijvoorbeeld op de populaire kiezelstranden. Je kunt deze tijd natuurlijk ook besteden aan een of meer excursies. Ten zuiden van de stad ligt het kleine en volledig bewaard gebleven Byzantijnse fort van Gonio.
Ten noorden liggen de 100 jaar oude botanische tuinen. Het is een goede plek voor een ontspannen wandeling, natuurlijk met zicht op het blauw van de Zwarte Zee.

Mestia – Batoemi: 5 uur

Dag 12 Kutaisi
Je laat de kust achter je en rijdt terug het binnenland in. Je overnacht weer in Kutaisi en hebt nu meer tijd voor de stad en de omgeving.

Je bezoekt in de middag twee Unesco-monumenten. De eerste is de Bagrati-kathedraal, die op een heuvel boven de stad ligt. Het tweede Unesco-monument ligt een stukje buiten Kutaisi in een stille, beboste omgeving. Het is het klooster van Gelati, dat bestaat uit een sfeervolle kathedraal, met prachtige fresco’s, en verschillende bijgebouwen.
Je verlaat daarna Kutaisi en rijdt naar een bezienswaardigheid van een totaal andere orde: de Prometheus-grotten, een enorm complex van grotten waar boeiende wandelexcursies van 1,5 uur worden georganiseerd.
Mogelijke alternatieve excursies voor de Prometheus-grotten zijn de Okatse-Canyon en de Kinchka-waterval. In de Okatse-Canyon zijn wandelpaden van vlonders aangelegd, je loopt hier hoog boven de diepte van de kloof langs de berg. De uitzichten zijn prachtig. Een klein stukje verderop kun je nog een mooie wandeling maken naar de Kinchka waterval. Vanaf een hoge lemen muur komt het water naar beneden gedonderd.

Batoemi – Kutaisi: 3 uur

Dag 13 Borjomi, Akhaltsikhe & Vardzia
Je neemt de hoofdweg in de richting van Tbilisi. Bij de stad Khashuri sla je af naar het zuiden, deze weg gaat via het rivierdal de beboste bergen in.

We raden je aan te stoppen bij het kuuroord Borjomi, vroeger speeltuin van de Russische adel. Niet ver van de bronnen staan de vervallen paleizen van Russische vorsten. Het bronwater uit Borjomi was in het verleden bekend en populair in de hele Sovjet-Unie.

NB: ten westen van Borjomi ligt het uitgestrekte Borjomi-Kharagauli Nationaal Park. Het beschermt een uitgebreid ecosysteem van bergen, weiden en bossen, en is het leefgebied van onder meer bruine beren, Kaukasische herten en tal van vogelsoorten. Overweeg de reis met een dag te verlengen en te voet het park in te trekken.

Het dal voert je verder naar het zuiden en verder omhoog. De bossen verdwijnen en de omgeving wordt rotsiger. Het provinciestadje Akhaltsikhe ligt niet ver van de Turkse grens. Het oude fort boven de stad is helemaal gerestaureerd. Het speelde een belangrijke rol in de laatste aflevering van “Wie is de Mol” dat begin 2018 werd uitgezonden. Het is leuk hier even rond te wandelen. Overigens bestaat een derde van de bevolking van Akhaltsikhe uit Armenen.

De weg naar Armenië brengt je verder de bergen in. Je passeert de ruïnes van verschillende kastelen, vaak indrukwekkend gelegen op een bergtop of rots in de rivier. Bij het Khertvisi-fort stap je uit voor een korte wandeling. Deze beroemde vesting stamt uit de 2e eeuw voor Christus.

Je rijdt een smal zij-dal binnen, waar je door een paar dorpjes komt en rijdt verder door prachtige natuur.

Het doel van de dag is het grottencomplex van Vardzia. Het klooster werd in de 11e eeuw gesticht door Koningin Tamar, nog steeds ongekend populair in Georgië. De volgende ochtend heb je alle tijd om de vele grotten van het klooster te verkennen.

Je overnacht in het stille, mooie dal bij Vardzia.

Kutaisi – Vardzia: 3,5 uur

Dag 14 Vardzia & Tbilisi
In de middag rijd je terug naar Tbilisi. Dit doe je niet over de hoofdweg langs Borjomi en Gori, maar over een stille, provinciaalse weg door de bergen. Je komt onderweg langs een aantal meren waar je bij warm weer heerlijk kunt zwemmen.

Als je hebt gekozen voor een self-drive lever je de auto bij aankomst in Tbilisi weer in. Een chauffeur rijdt je dan de volgende ochtend naar de luchthaven.

Vardzia – Tbilisi: 5 uur

Dag 15 thuisreis
Je rondreis door Georgië zit er helaas op. Je vliegt terug naar huis.

Top