Kaukasus (24 dagen)

Kaukasus Rondreis

Een complete rondreis door de fascinerende Kaukasus. Deze reis voert je van Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan, dwars door het land naar Georgië. Hier bezoek je eerst de provincie Kakheti, beroemd om zijn wijnen. Na een paar dagen in het leuke Tbilisi maak je een uitgebreide tocht door heel Georgië. Armenië is het derde land van deze rondreis. Je reist langs alle hoogtepunten van dit boeiende land en sluit daarna af in het ontspannen Jerevan.

Je reist individueel, per auto met chauffeur of per huurauto. De uitgebreide reisbeschrijving hierna gaat uit van een rondreis per auto met chauffeur. De genoemde excursies kunnen natuurlijk als voorbeeld worden gebruikt voor een rondreis per huurauto.

NB: op onze website staat ook uitgebreide landeninfo voor Azerbeidzjan, Georgië en Armenië.
Let op: de genoemde rijtijden zijn indicatief en zonder dat er rekening is gehouden met drukte, stops onderweg, parkeren, etc.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 24 dagen
Beste reistijd: april t/m oktober

Prijs vanaf € 2150,- op basis van self-drive, of vanaf € 2650,- op basis van auto met chauffeur (uitgebreide prijsinformatie).
Praktische reisinformatie en achtergronden: Azerbeidzjan, Armenië en Georgië.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!
Bel (030-3040031) of mail (info@blinireizen.nl) ons, of klik op de offerte-knop hieronder.
Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-3 Bakoe
Bij aankomst in Bakoe word je op de luchthaven opgewacht en naar je hotel in de stad gebracht. Je hebt twee volle dagen voor het boeiende Bakoe of voor excursies buiten de stad, bijvoorbeeld naar het Absheron-schiereiland of Qobustan. Natuurlijk is het mogelijk een extra dag in deze stad te plannen.

Wandel door Bakoe en neem de moeite van enkele excursies buiten de stad, en je ziet alle fases uit de lange geschiedenis van Bakoe langskomen. De stad was eeuwenlang een kleine en stoffige halteplaats op de handelsroutes die oost en west met elkaar verbonden. Het leven speelde zich af in de sfeervolle ommuurde binnenstad, die nu een plekje heeft gekregen op de Werelderfgoedlijst. Smalle steegjes voeren langs oude moskeeën en koopmanshuizen naar het paleismuseum van de Shirvansha’s, de lokale heersers. Het belangrijkste monument is de Maagdentoren, die al acht eeuwen lang hoog en massief aan de rand van de oude stad staat.
Het leven in Bakoe veranderde totaal met de Oil Boom van het einde van de 19e eeuw. Mensen werden letterlijk miljonair door in hun tuintje een spade in de grond te steken. De stad ontwikkelde zich razendsnel. In 1910 werd meer dan de helft van de wereldolieproductie in en rond Bakoe gewonnen. Buitenlanders stroomden toe. Daaronder bijvoorbeeld ook de gebroeders Nobel, die hier het geld verdienden dat nu als Nobelprijs wordt uitgekeerd. Oliemiljonairs lieten prachtige huizen bouwen in de nieuwe wijken van de stad.
Bakoe profiteert nu van een nieuwe olieboom. Met de onafhankelijkheid en de hoge olieprijzen stroomt het geld weer binnen. Overal wordt gebouwd, het ene gebouw nog hoger en protseriger dan het andere. Gelukkig wordt ook geld gestoken in de publieke ruimte. Vooral de lange boulevard is prachtig. Overdag en ’s avonds is dit een populaire plek onder de inwoners van Bakoe.
Buiten de stad liggen uitgestrekte velden vol jaknikkers en boortorens, alles sterk vervuild door het 150 jaar lang morsen van olie. Tijdens een tochtje naar het Absheron-schiereiland krijg je een goed idee van deze olievelden. De kale, vieze stukken grond met roestige bouwsels waar nog steeds olie wordt gewonnen, vormen een fascinerend schouwspel. Tussen de troosteloze vuiligheid liggen echter nog twee herinneringen aan een verder verleden. Een daarvan is de vuurtempel van Atesgah. Op deze plek lag sinds de 7e eeuw een tempel van de Perzische Zoroasters, een oude godsdienst waarin de aanbidding van vuur een grote rol speelt. De huidige vuurtempel is echter in de 18e eeuw gebouwd door Indiase kooplieden. Het is een stille en bijzondere plek.
Midden in een woonwijk van het uitgestrekte dorp Märdäkan staat een hoge verdedigingstoren uit de 12 eeuw. Vanaf het dak heb je een prachtig uitzicht over de vlakte van het schiereiland.
Ten zuiden van Bakoe ligt Gobustan, dat net als de oude binnenstad op de Unesco-lijst staat. In de rotsen boven de kustvlakte zijn talloze rotsschilderingen uit de steentijd te zien, die vertellen over het leven in vroeger tijden. Grappig is dat vlakbij ook een verveelde Romein inscripties heeft achtergelaten. Het zijn de meest oostelijke sporen van het Romeinse Rijk.

Dag 4 Sheki
Op dag 4 verlaat je Bakoe per auto met chauffeur. Dit is een flexibele en comfortabele manier van reizen.
Je rijdt naar het westen, over de centrale vlakte van Azerbeidzjan. De eerste stop is het mausoleum van Diri Baba. De tombe van de sjeik ligt in een mooie kloof en is een belangrijk pelgrimsoord. De volgende halte is het traditionele bergdorp Lahij. Dit ligt op de plek waar al sinds de 5e eeuw voor Christus een nederzetting is. Het staat vooral bekend om de handwerkslieden die op eeuwenoude wijze koper bewerken. NB: vóór mei en na september is het mogelijk dat de bergweg naar het dorp onbegaanbaar is.

Aan het eind van de middag kom je aan bij je bestemming: Sheki. Dit stadje ligt aan de voet van de Kaukasus. Bij helder weer heb je goed zicht op de bergpieken.
Sheki was de hoofdstad van een zelfstandig kanaat dat op een belangrijke kruising van handelswegen lag, tussen de route van Bakoe naar Tbilisi en de passen over de Kaukasus naar Dagestan. Vanaf 1805 maakte Sheki deel uit van het Russische Rijk.

Bakoe – Diri Baba – Lahij – Sheki: 330 km, 6 uur 05 min

Dag 5 Sheki, lunch, Gremi, Mosmieri wijnhuis, Telavi
De dag begint met een bezoek aan het paleis van de khan van Sheki. Het werd gebouwd aan het einde van de 18e eeuw, nadat het oude Sheki door een overstroming was verwoest. Het paleis geeft een goede indruk van het leven van de vroegere heersers van dit deel van de Kaukasus.

Je rijdt verder naar het westen en komt bij de grens met Georgië, niet ver van het dorp Lagodekhi. Hier neem je afscheid van je Azeri-chauffeur en begroet je zijn Georgische collega.
Je rijdt de brede, groene vallei van Kakheti binnen, dat lang een zelfstandig koninkrijk was.

In het dorpje Gavazi lunch je in de tuin bij een lokale familie. De hele tafel wordt vol gezet met typisch Georgische gerechten en dranken. Het merendeel van de ingrediënten komt van het eigen land. Het is een mooie kennismaking met de bijzondere Georgische keuken. Als je hier meer van wilt weten kunnen we het boek Georgisch tafelen – Moerman en Kalmakhelidze aanraden.

Na het islamitische Azerbeidzjan ben je nu in het orthodox-christelijke Georgië. Aan de noordkant van de brede vallei, aan de voet van de bergen, liggen de sfeervolle ruïnes van Gremi, een kerk uit de 16e eeuw. Vanaf dit punt kijk je uit over de vlakte. Je bezoekt hier ook het museum (gesloten op maandagen).

Een belangrijke reden om Kakheti te bezoeken is de wijn. Deze drank wordt al meer dan 7000 jaar in Georgië gemaakt. Tijdens de Sovjetperiode was kwantiteit belangrijker dan kwaliteit maar sinds de onafhankelijkheid worden de Georgische wijnen beter en beter. Kakheti is een van de belangrijkste wijn producerende regio’s van het land. Bijna elk dal en elk dorp heeft zijn eigen druivensoort.

In het iets voorbij Telavi gelegen Mosmieri Wine Centre krijg je de kans om de befaamde Georgische wijnen zelf te proeven. Je kunt er kiezen uit een proeverij van 3, 4 of 5 wijnen.

Het einddoel van vandaag is Telavi, met 20.000 inwoners de hoofdstad van de provincie. Je komt aan het eind van de middag aan, in de avond kun je de oude stad verkennen. Het kasteel van Telavi werd gebouwd in de 18e eeuw toen de stad het centrum van het koninkrijk Kakheti was.

Sheki – local lunch – Gremi – Mosmieri – Telavi: 215 km, 3 uur 40 min

Dag 6 Tsinandali, Bodbe, Sighnaghi, Tbilisi
Op weg naar Tbilisi doe je nog een tweede wijnhuis aan, gevestigd op het landgoed van de beroemde Georgische familie Chavchavadze in Tsinandali. Het is leuk hier rond te kijken, en ook hier kun je uitstekende wijnen proeven, mocht je daar zin in hebben, vroeg in de ochtend.

Het Bodbe-klooster is gewijd aan Sint Nino. Ze bracht in de 4e eeuw het christendom naar Georgië en vond hier haar laatste rustplaats. Ook het klooster zelf is gesticht in de 4e eeuw.

Je maakt een rondje door Sighnaghi, gelegen op de heuvels aan de zuidkant van de vallei. Het gerestaureerde dorp doet direct aan Toscane denken. In de weekenden zijn Sighnaghi en Bodbe populair als uitstapje voor de inwoners van Tbilisi.

Niet in onze voorbeeldreis opgenomen is een bezoek aan David Gareja. Dit eeuwenoude kloostercomplex bestaat uit het Lavra-klooster, gelegen aan de voet van de rotsige heuvels en de ruïnes van het grottenklooster Udabno, die zijn gelegen op een rotsrichel. Vanaf hier kijk je uit over de woestijnen en vlaktes van het westen van Azerbeidzjan.
Het Lavra-klooster stamt uit de 8e eeuw en er wonen nog steeds monniken. Let in de kerk op de meer dan duizend jaar oude muurschilderingen. Aan de bezichtiging van het Lavra-klooster ben je een half uur tot 3 kwartier kwijt.
Vanaf hier brengt een stevige klim je naar boven waar de kerken en woningen van het Udabno-klooster in de rotsen zijn uitgehakt. In totaal moet je – als je alle grotten wilt zien – op 2 tot 2,5 uur rekenen, maar je kunt ook halverwege omkeren voor een kortere wandeling.
We hebben David Gareja niet meer standaard opgenomen om een 3-tal redenen:
• de grotten van Udabno liggen officieel op het grondgebied van Azerbeidzjan. Dit was nooit een probleem, maar sinds de zomer van 2019 houden Azeri-grenswachten wandelaars tegen. Er wordt gewerkt aan een oplossing.
• het kost redelijk wat reistijd om er te komen. Reken vanaf Telavi 2 uur en van David Gareja naar Tbilisi ongeveer hetzelfde.
• de klim naar Udabno is vrij stijl en niet aan te raden voor mensen die niet goed ter been zijn of hoogtevrees hebben. Als je niet naar Udabno klimt moet je je afvragen of het nog de moeite waard is deze excursie te maken.
Dit alles overwegend hebben we besloten om de excursie niet in het programma op te nemen, zeker zolang er problemen zijn met de grenswachten. Maar natuurlijk kun je zelf een andere keuze maken.
Als je David Gareja wilt bezoeken laat dit dan voor vertrek aan ons weten. Je rijdt dan vanuit Telavi rechtstreeks naar het klooster (er geldt een meerprijs voor de extra te rijden kilometers). Je kunt een picknicklunch meenemen, ook is er een mogelijkheid om in Udabno bij een lokale familie te lunchen.

Telavi – Tsinandali – Bodbe – Sighnaghi – Tbilisi: 185 km, 3 uur 10 min

Dag 7 Tbilisi
De hoofdstad Tbilisi is een stad waar de energie van de 21e eeuw zich sfeervol mengt met de zichtbaar lange geschiedenis. Je kunt je bezoek aan deze stad beginnen met een klim naar de oude citadel, in 360 gebouwd door de Perzen. Hiervan is te zien hoe Tbilisi zich uitstrekt langs de oevers van de rivier Mtkvari, ingeklemd tussen de heuvels.

In het oude centrum verzorgen kerken, paleizen en monumentale gebouwen de achtergrond voor een levendig stadsleven waarin terrasjes, restaurants en cafés een grote rol spelen. Delen van de oude stad zijn goed gerestaureerd, met respect voor het verleden en aandacht voor details. Andere delen zijn nog wat vervallen, met de muren van de oude huizen vol scheuren en gammele houten balkons en de wortels van dikke bomen die de keien van de straten omhoog duwen. Van de vele kerken is de Sioni-kathedraal bij ons favoriet. Je kijkt vanaf de straat neer op het pleintje voor de hoge deuren. Als er een dienst of een bruiloft is, is het leuk mensen kijken.

Een heel andere sfeer vind je rond Rustaveli, de statige boulevard waaraan onder meer het parlement en het operagebouw liggen. Dit deel van de stad werd in de 19e eeuw door de Russen aangelegd.
Een moderne en opvallende brug verbindt de oude stad met een stadspark dat vooral in de weekenden en op zomeravonden populaire is bij de inwoners van Tbilisi. Boven het park ligt het presidentieel paleis, modern, met veel glas en licht.
Ook verschillende wijken op de oostelijke oever van de Mtkvari zijn de laatste jaren grondig opgeknapt, zoals Avlabari, op de heuvel achter de Matekhi-kerk en Aghmashenebeli Avenue. Op deze oever ligt ook de grote Sameba-kathedraal, nu de belangrijkste kerk van Georgië.

De stad telt ook verschillende goede musea. Daarvan mag vooral het Kunst Museum niet gemist worden. De collectie varieert van een bijzondere selectie iconen en een schat aan gouden sieraden tot een verzameling werken van Russische schilders als Repin en Serov. Populair zijn ook de werken van Georgiër Niko Pirosmani.

We kunnen je een aantal leuke excursies aanbieden, zoals een Art Nouveau-tour, een Sovjet Urban-tour, Georgisch koken met Teona, etc. Vraag ons naar de mogelijkheden en prijzen.

Dag 8 Mtskheta, Kazbegi (Stepantsminda)
Een korte rit brengt je naar Mtskheta, de oude hoofdstad en het religieuze centrum van Georgië. Je bezoekt twee Unesco-monumenten: het oude klooster van Javri, dat hoog boven het rivierdal ligt, en de Svetitskhoveli kerk, waar volgens de overlevering de lijkwade van Christus is begraven.

Je rijdt verder naar het noorden langs de Georgian Military Highway. Deze werd in de 18e en 19e eeuw aangelegd door de Russen. De weg (geen snelweg maar een 2-baans weg) brengt je steeds verder de bergen in. Dan wordt het dal smaller en klim je steeds hoger, tot Gudauri, een van de skiresorts van het land. Daarna bereik je de 2379 meter hoge Jvari-pas. Hiervandaan heb je prachtig zicht over de valleien en de besneeuwde toppen van de Kaukasus. De weg daalt af door een leeg dal en bereikt uiteindelijk het dorpje Kazbegi, oftewel Stepantsminda.

Stepantsminda is op 1797 meter hoogte de laatste plaats voor de Russische grens. Net buiten het dorp staat het mooist en spectaculairst gelegen kerkje van de Kaukasus: het Tsminda Sameba- of Gergeti-kerkje. Het ligt op een heuvelrug omringd door kale, hoge bergtoppen. Het is een plaatje dat je in alle reisgidsen en brochures over Georgië terugziet.

Tbilisi – Mtskheta – Kazbegi (Stepantsminda): 160 km, 3 uur 20 min

Dag 9: Stepantsminda: Gergeti, wandeling Sno-vallei (of Chaukhebi-berg)
De volgende dag kun je zelf invullen, maar je moet zeker het Gergeti-kerkje bezoeken. De wandeling ernaar toe voert door een indrukwekkend landschap. Als je geen tijd of zin hebt om te lopen, kun je ook met de auto naar boven. Vanaf hier kun je nog verder lopen tot je zicht hebt op de gletsjers op de hellingen van de berg de Kazbeg.
Of je gaat met de auto naar de Sno-vallei, waar (beperkte) wandelmogelijkheden zijn.

Wandelaars die een langere tocht willen maken kunnen in de Sno-vallei doorrijden naar het dorpje Juta waarvandaan je naar de voet van de 3842 meter hoge Chaukhebi-berg kunt lopen. De rondwandeling die ongeveer 3,5 uur duurt en zonder lokale gids te maken is, voert je door een ongerept dal dat vooral in de zomer vol bloemen staat. In het dorpje Juta krijg je een goed idee van het leven op het Georgische platteland. Gelegen midden in de natuurpracht van de Kaukasus is het dorpje door de sneeuw zes maanden per jaar afgesneden van de rest van Georgië.
NB: de weg door de Sno-vallei naar Juta is onverhard en een auto die hoger op de wielen staat is hier over het algemeen nodig. Wanneer je Juta in het programma wilt opnemen horen we dat graag van te voren. Indien nodig kunnen we dan tegen meerprijs een jeep regelen (dit geldt ook voor een self-drive als de auto niet hoog genoeg op de wielen staat).

Wanneer je het Gergeti-kerkje met een wandeling in de Sno-vallei wilt combineren, begin dan met het bezoek aan het kerkje. Wanneer je kiest voor de langere wandeling naar de voet van de Chaukhebi-berg, kun je het Gergeti-kerkje beter in de middag plannen.

Stepantsminda – Gergeti – Sno-vallei – Stepantsminda: 30 km, 45 min

Dag 10 Ananuri, Uplistsikhe, Gori
Vanuit Stepantsminda rijd je terug naar het zuiden: het doel van vandaag is Gori, gelegen in het hart van de Kartli-provincie. Op weg hiernaar toe maak je 2 stops: het fortencomplex van Ananuri en de buiten Gori gelegen grottenstad met de moeilijke naam Uplistsikhe. Ananuri is vooral bekend om het beeldhouwwerk in de kerken. Uplistsikhe was al in de 5e eeuw voor Christus een belangrijke handelspost, maar werd vernietigd door Khulagu, de zoon van Djengiz Khan.

Gori zelf is vooral bekend als geboorteplaats van Stalin. Een groot en fascinerend museum herdenkt de man die zoveel invloed heeft gehad op de geschiedenis van de 20e eeuw. Een bezoek aan het museum is niet standaard in deze reis opgenomen maar wel eenvoudig in te plannen. Een rondleiding heeft soms absurdistische trekjes. In ons geval werd in één zin aandacht besteed aan de minder positieve kanten van het Stalin-bewind: ‘…and some mistakes were made’.
Ook had Gori altijd een belangrijke strategische functie. Je brengt een bezoek aan het fort, gelegen op een heuvel in de stad.

Een half uur buiten de stad ligt nog een andere bezienswaardigheid die de moeite waard is: de Ateni Sion-kerk. Mocht je deze mooi gelegen kerk willen bezoeken dan horen we dit ook graag van te voren.

Stepantsminda – Ananuri – Uplistsikhe – Gori: 215 km, 4 uur

Dag 11 Chiatura, Gelati, Kutaisi
Net voorbij Gori verlaat je de hoofdweg, een stille, mooie weg leidt door beboste bergen naar het noorden. Hier ligt het mijnstadje Chiatura, op het eerste gezicht geen voor de hand liggende bestemming voor toeristen. Maar voor reizigers met interesse in industrieel erfgoed en het vervallen verleden van de Sovjet-Unie, of voor reizigers die gewoon eens wat anders willen, is het een aanrader. Begin 20e eeuw kwam 60% van de wereldproductie van mangaan uit dit plaatsje in de bergen van Noordwest-Georgië.
In het centrum zelf, maar vooral in de dalen rondom, is de mijn en het verleden overal. Rangeerterreinen met roestende treinwagons, vervallen fabriekshallen, parkeerterreinen vol puin en gras, zwart-uitgeslagen kunstwerken die het ooit bloeiende Chiatura verheerlijkten. Opvallend zijn de vele kabelbanen die de kloof overspannen en van het dal naar de hoger gelegen hellingen voeren. De meeste hiervan zijn bedoeld om de mijnwerkers snel op hun werkplek te brengen, andere voor het transport van de erts. Een deel van de kabelbanen is nog in gebruik en wordt op dit moment hersteld. In 2021 zou het weer mogelijk moeten zijn om een ritje in een van de kleine cabines te maken: hoog boven het dal, een bijzonder avontuur.

Een laatste stop op deze (reis)dag is het klooster van Gelati. Dit Unesco-monument bevindt zich een stukje buiten Kutaisi, in een stille, beboste omgeving en bestaat uit een sfeervolle kathedraal met prachtige fresco’s, en verschillende bijgebouwen.

Einddoel van vandaag is Kutaisi, de tweede stad van het land en een paar eeuwen lang ook de hoofdstad. De geschiedenis van Kutaisi gaat echter verder terug, tot de 17e eeuw voor Christus. Volgens de overlevering was het hier dat Jason en zijn Argonauten het Gulden Vlies kwamen zoeken. Kutaisi is nu een vriendelijke en prettige provinciestad. Het oude centrum is gezellig en overzichtelijk.
Aan het begin van de avond kom je in het hotel aan.

Gori – Chiatura – Gelati – Kutaisi: 200 km, 3 uur 30 min

Dag 12 Bagrati, Martvili, Mestia
Na het ontbijt (je kunt eerst nog een kijkje nemen op de overdekte markt van Kutaisi), bezoek je de kathedraal van Bagrati, gelegen op een heuvel boven de stad. Het gebouw stond lang op de Werelderfgoed-lijst, maar is er in 2017 weer van verwijderd omdat er kritiek was op de wijze waarop de kerk gerestaureerd is. Toch is het de moeite waard er een kijkje te nemen.
En dan is het tijd voor het meest spectaculaire deel van je rondreis door Georgië: je gaat de bergen van Svaneti in! De weg voert door een vruchtbare vlakte waar kiwi’s en thee verbouwd worden. Langs de weg wisselen verlaten en vervallen Sovjetgebouwen en vriendelijke alleenstaande huizen elkaar af.

Je maakt een stop bij de Martvili-kloof: niet zo spectaculair als Okatse, maar met name leuk omdat je hier een boottochtje door de kloof kunt maken.

De chauffeur neemt de mooie route via Tsalenjikha en zo bereik je de voet van de bergen. Je passeert het enorme Inguri-stuwmeer, dat prachtig blauw tussen de bergen ligt. De bijbehorende waterkrachtcentrale verzorgt een groot deel van de elektriciteit van het land.
De kloof wordt smaller, de rivier woester, de weg slingert zich door de bergen. Je begrijpt waarom Svaneti nooit werd veroverd. Na een rit door een indrukwekkend landschap verbreedt de kloof zich tot een dal en verschijnen de eerste dorpen van de Svan. Direct springen de beroemde torens in het oog. Elke familie bouwde daarmee zijn eigen vesting, bedoeld tegen boze buitenstaanders, maar ook tegen lawines. Alleen al in het grote dorp Mestia staan er tientallen.

Kutaisi – Bagrati – Martvili – Mestia (via Tsalenjikha): 225 km, 4 uur 45 min

Dag 13 Mestia: Ushguli
Vandaag trek je verder de dalen van Svaneti in. Over een soms moeilijk begaanbare weg die door prachtige natuur voert, bereik je uiteindelijk Boven-Svaneti. Dit gebied staat op de Unesco-lijst, vanwege de combinatie van ongerepte natuur en de middeleeuwse dorpen met hun eeuwenoude torens. In het dorp Ushguli maak je een wandeling. En natuurlijk bezoek je een traditioneel huis en beklim je een toren.
Wanneer je een self-drive hebt en in een gewone auto die laag op de wielen staat rijdt, regelt Blini een jeep voor deze excursie.

Wandelaars kunnen voor kiezen voor een flinke wandeling met een gids door de bergdalen ten noorden van Mestia. Een mogelijke wandeling voert je onder meer langs de dorpjes Lakhiri en Mushkeli. De Chalaadi-gletcher die verder in de bergen ligt is een andere optie. Het is verstandig deze wandeling al voor vertrek naar Georgië vast te leggen.

Mestia – Ushguli – Mestia: 95 km, 3 uur 15 min

Dag 14-15 Dadiani, Batoemi
De terugreis naar de bewoonde wereld voert via dezelfde spectaculaire route. Als je de bergen uit komt stop je in Zugdidi eerst nog even bij het paleis van de Dadiani’s, een van de oude adellijke families uit Georgië (NB: als deze dag een maandag is, is het paleis dicht. Je bezoekt het paleis dan op weg naar Mestia, waarbij de route dan niet via Tsalenjikha maar via Zugdidi gaat).
Het contrast tussen de woeste bergen en het uiteindelijke reisdoel kan haast niet groter zijn. Batoemi is een tropische bad- en havenplaats aan de Zwarte Zeekust. De statige gebouwen in het oude centrum stammen vooral uit het begin van de 20e eeuw, toen de haven van Batoemi floreerde als overslagplaats voor de olie die per trein werd aangevoerd van de olievelden bij Bakoe.
De laatste jaren is het centrum van de stad uitgebreid gerenoveerd en heeft Batoemi haar allure herwonnen. Er is ook veel nieuwbouw en futuristische en kleurig verlichte gebouwen dragen bij aan de sfeer van een hippe badplaats.
Batoemi is een stad waar de mensen tot ‘s avonds laat flaneren over de boulevard. Een stad van terrassen, palmbomen, bloemen en de ruisende zee.
De middag en de hele volgende dag ben je ‘vrij’. Het geeft je de kans om even bij te komen van het eerste deel van de reis, bijvoorbeeld op de populaire kiezelstranden. Je kunt deze tijd natuurlijk ook besteden aan een of meer excursies. Ten zuiden van de stad ligt het kleine en volledig bewaard gebleven Byzantijnse fort van Gonio.
Ten noorden liggen de 100 jaar oude botanische tuinen. Het is een goede plek voor een ontspannen wandeling, natuurlijk met zicht op het blauw van de Zwarte Zee.

Mestia – Dadiani – Batoemi: 265 km, 5 uur

Dag 16 Prometheus, Tskaltubo, Kutaisi
Je laat de kust achter je en rijdt terug het binnenland in. De eerste stop van vandaag zijn de Prometheus-grotten, voor veel reizigers een ‘must’. In dit enorme complex van grotten worden boeiende wandelexcursies van 1,5 uur georganiseerd.

Het voormalige kuuroord Tskaltubo is een bezienswaardigheid van een heel andere orde. De thermische bronnen, vooral goed tegen reuma, trokken in Sovjettijden jaarlijks 150.000 bezoekers. De 19 sanatoria liggen er nu verlaten en vervallen bij. Je kunt een aantal van deze sanatoria bezoeken. Als je ronddwaalt door de soms prachtige, verbrokkelende gebouwen, krijg je een idee van de grootsheid van de Sovjet-Unie én van het verval na het uiteenvallen van dit rijk.
Hierna rijd je verder naar Kutaisi waar je weer overnacht.

Mocht Tskaltubo je niet zo interesseren, dan zijn de Okatse-Canyon, de Kinchka-waterval en de Sataplia-grot mogelijke alternatieven. In de Okatse-Canyon zijn wandelpaden van vlonders aangelegd, je loopt hier hoog boven de diepte van de kloof langs de berg. De uitzichten zijn prachtig. Een klein stukje verderop kun je nog een mooie wandeling maken naar de Kinchka waterval. Vanaf een hoge lemen muur komt het water naar beneden gedonderd. Voor gezinnen met kinderen is de Sataplia-grot een mogelijke optie: minder spectaculair dan Prometheus, maar hier vind je pootafdrukken van dinosauriërs en zijn er veel activiteiten voor kinderen.
Als je op pad bent met een auto met chauffeur en je wilt i.p.v. Tskaltubo een alternatief aandoen, dan horen we dat graag voordat de reis begint.

NB: houd er rekening mee dat alle hierboven genoemde bezienswaardigheden (op Tskaltubo na) in principe op maandag gesloten zijn.

Je overnacht weer in Kutaisi.

Batoemi – Prometheus – Tskaltubo – Kutaisi: 175 km, 3 uur 15 min

Dag 17 Ubisa, Borjomi, Akhaltsikhe, Khertvisi, Vardzia
Je neemt de hoofdweg in de richting van Tbilisi en maakt een korte stop om de mooie fresco’s in het kleine maar sfeervolle kerkje van Ubisa te bekijken. Bij de stad Khashuri sla je af naar het zuiden, deze weg gaat via het rivierdal de beboste bergen in.

Het kuuroord Borjomi, met de geneeskrachtige bronnen, was vroeger speeltuin van de Russische adel. Niet ver van de bronnen staan de vervallen paleizen van Russische vorsten. Het bronwater uit Borjomi was in het verleden bekend en populair in de hele Sovjet-Unie. Nog steeds worden er speciale krachten aan toegedicht. In het park kun je zelf een fles met het bronwater vullen.

NB: ten westen van Borjomi ligt het uitgestrekte Borjomi-Kharagauli Nationaal Park. Het beschermt een uitgebreid ecosysteem van bergen, weiden en bossen, en is het leefgebied van onder meer bruine beren, Kaukasische herten en tal van vogelsoorten. Overweeg de reis met een dag te verlengen en te voet het park in te trekken.

Het dal voert je verder naar het zuiden en verder omhoog. De bossen verdwijnen en de omgeving wordt rotsiger. Het provinciestadje Akhaltsikhe ligt niet ver van de Turkse grens. Het oude fort boven de stad is helemaal gerestaureerd. Het speelde een belangrijke rol in de laatste aflevering van “Wie is de Mol” dat begin 2018 werd uitgezonden. Het is leuk hier even rond te wandelen. Overigens bestaat een derde van de bevolking van Akhaltsikhe uit Armenen.

De weg naar Armenië brengt je verder de bergen in. Je passeert de ruïnes van verschillende kastelen, vaak indrukwekkend gelegen op een bergtop of rots in de rivier. Bij het Khertvisi-fort stap je uit voor een foto-stop. Deze beroemde vesting stamt uit de 2e eeuw voor Christus.
Je gaat een smal zij-dal binnen – waar je een paar dorpjes tegenkomt – en rijdt verder door prachtige natuur.

Het doel van dag is het grottencomplex van Vardzia. Het klooster werd in de 11e eeuw gesticht door Koningin Tamar, nog steeds ongekend populair in Georgië. De volgende ochtend heb je alle tijd om de vele grotten van het klooster te verkennen.

Je overnacht in het stille, mooie dal bij Vardzia.

Kutaisi – Ubisa – Borjomi – Akhaltsikhe – Khertvisi – Vardzia: 245 km, 4,5 uur

Dag 18 Vardzia, Sanahin, Haghpat
Na de bezichtiging van het klooster van Vardzia verlaat je Georgië. De weg klimt eerst naar een desolate hoogvlakte en aan het begin van de middag bereik je de grens. De grensposten zelf staan midden in het niets, op een lege vlakte. Je Armeense chauffeur staat op je te wachten en samen vervolg je je weg naar het eindpunt van vandaag, Haghpat (of eventueel Dzoraget).

Het klooster van Sanahin, een Unesco-monument, ligt hoog bovenin het dal. Het werd gesticht in 966 en bestaat uit een paar kerken en kloostergebouwen. De sfeer bij het klooster is zoals vaker in Armenië. Buiten de poort staan een paar stalletjes met souvenirs, maar binnen is het stil. Geen hekken, niet over-gerestaureerd, geen suppoosten, geen regeltjes. Je kunt meestal in alle stilte het terrein verkennen, de met mos begroeide muren verhogen de sfeer. Wel staan hier en daar informatieborden, met achtergronden over geschiedenis en architectuur.

NB: De rit van vandaag is vrij lang, daarom is een bezoek aan de plaats Gyumri niet standaard opgenomen in het programma. Gyumri, de tweede stad van het land die in 1988 bij een aardbeving zwaar werd beschadigd en nog steeds niet helemaal is hersteld. Het is een leuke en levendige stad.
Je kunt overwegen het bezoek aan Sanahin te laten vervallen en Guymri in het programma op te nemen. Als je reist met auto met chauffeur horen we dat graag bij het boeken van de reis.

Vardzia – grottenklooster – Sanahin – Haghpat: 220 km, 4 uur 50 min

Dag 19 Haghpat, Haghartsin, Dilijan, Sevan-meer
Het klooster van Haghpat – ook een Unesco-monument – ligt hemelsbreed maar drie kilometer van Sanahin en was in vroeger tijden een geduchte concurrent. Haghpat was een belangrijk religieus en cultureel centrum. Op het terrein staan prachtige kachkars. Deze grafstenen, altijd versierd met bijzondere reliëfs in de vorm van rozetten en bloemmotieven, zijn een kenmerkend onderdeel van de Armeense kunst.

De rondreis voert door de bergen naar het oosten. Op een hoogvlakte kom je verrassend genoeg door enkele dorpen waar vrijwel alleen Russen wonen. Hun voorouders trokken in de 19e eeuw weg uit Rusland toen zij daar werden vervolg voor hun interpretatie van het orthodoxe geloof.

In de middag daal je af naar de beboste dalen rond Dilijan. Dit stadje is bij Armeniërs populair als vakantieoord en wordt door hen liefkozend Armeens-Zwitserland genoemd. Het klooster Haghartsin ligt verscholen in een dichtbebost dal.

De hoofdweg naar Jerevan klimt door de bossen omhoog tot een tunnel. Als je deze tunnel weer uitrijdt, heb je het meer van Sevan bereikt, dat op 1900 meter hoogte tussen de bergen ligt.
Je stopt al snel bij het schiereiland Sevan waarop het klooster Sevanavank ligt. Het is een dankbare plek voor fotografen met twee oude kerken en verschillende bijzondere kachkars (hierover later meer) tegen een achtergrond van prachtig blauw water omringd door hoge bergen. Overigens was het schiereiland tot in de jaren ’30 een eiland. Toen deed het overvloedige watergebruik door de Sovjets voor industrie en landbouw het waterpeil dalen.
Je hotel ligt direct aan de oevers en is een goede plek om bij te komen van de reis.

Haghpat – klooster – Haghartsin – Dilijan – Sevan: 150 km, 3 uur 10 min

Dag 20 Hayravank, Noraduz, Selim, Tatev, Goris
Je rijdt langs de westelijke oevers van het meer naar het zuiden. Onderweg stop je bij de kloosters van Hayravank en Noraduz. Het kachkar-veld van Noraduz is bijzonder: er staan er meer dan 1000, ze hebben eeuwenlang weer en wind weerstaan.

Aangekomen aan de zuidpunt verlaat je het meer en klim je – begeleid door prachtige uitzichten – naar de 2410 meter hoge Selim-pas. Dat je daarmee oude handelsroutes volgt, blijkt als je stopt bij de oude karavanserai, die net over de pas ligt. Een prachtig dal volgend kom je uiteindelijk uit op de ‘grote’ weg die vanuit Jerevan naar Nagorno-Karabach en Iran voert.
De natuur blijft mooi en indrukwekkend. De weg voert eerst een steeds smaller, rotsig rivierdal Na de 2344 meter hoge Vorotan-pas kom je op een brede, desolate hoogvlakte.

Een zijweg leidt naar het station van een kabelbaan die je snel en veilig over twee diepe dalen naar het hooggelegen klooster van Tatev voert. Tatev is voor veel reizigers het favoriete klooster van Armenië. Dit komt vooral door de uitzichten en de geïsoleerde ligging, hoog op een bergtop boven een diepe kloof.

Je overnacht in Goris, de meest oostelijk gelegen stad van Armenië. De benaming stad lijkt wellicht wat overdreven wanneer je door de wijde en rustige straten van het centrum wandelt.

Sevan – Hayravank – Noraduz – Tatev – Goris: 315 km, 5 uur 25 min

Dag 21 Zorats Karer, Noravank, Khor Virap, Jerevan
Je rijdt weer terug naar het westen. Een stop bij het stadje Sisian is Zorats Karer, het “Armeense Stonehenge”: op een heuvelig terrein midden op de hoogvlakte staan hier tientallen enorme stenen. Over de betekenis is geen zekerheid maar een van de hypotheses is dat Zorats Karer een enorm observatorium was. Sisian zelf is een wat desolaat ogend provinciestadje.

Na de Vorotan-pas rijd je de streek Vayots Dzor binnen, in heel Armenië bekend om zijn wijnen. In het dorpje Arnei staan langs de kant van de weg tientallen kramen met colaflessen vol wijn. Deze vinden gretig aftrek bij de Iraanse vrachtwagenchauffeurs die bij de Iraanse douaniers natuurlijk niet met echte wijnflessen kunnen aankomen.
Niet veel verder verlaat je de hoofdweg. Een bergpas brengt je bij een nauw dal dat naar de kerk van Noravank voert, mooi gelegen tussen de steile, rode hellingen van de kloof. De roodbruine kleuren van het klooster passen goed bij de rotsen van de kloof.
De laatste stop van je rondreis door Armenië is het klooster van Khor Virap. Hier begon de christelijke geschiedenis van Armenië, dat als eerste land ter wereld het Christendom omarmde als staatsgodsdienst. Bijzonder van Khor Virap is de ligging in de indrukwekkende schaduw van de berg Ararat, de voor Armeniërs heilige berg die pijnlijk genoeg aan de andere kant van de gesloten Turkse grens ligt.

Aan het eind van de middag kom je aan in Jerevan, de hoofdstad van Armenië.

Goris – Zorats Karer – Noravank – Khor Virap – Jerevan: 265 km, 4 uur 30 min

Dag 22-23 Jerevan
Je hebt twee dagen voor Jerevan en omgeving. Jerevan is niet alleen de hoofdstad van Armenië, maar ook verreweg de grootste en belangrijkste stad van het land. Jerevan vormt het hart van Armenië. Een bezoek aan dit land is niet denkbaar zonder ook deze prettige, veilige en boeiende stad te leren kennen.

Hoewel op de huidige locatie van Jerevan al ruim voor Christus een nederzetting bestond, is de stad pas vanaf 1827 toen de Russen kwamen en later in de Sovjettijd echt tot ontwikkeling gekomen. Nu telt de stad 1,1 miljoen inwoners, bijna een derde van alle inwoners van het land. Het oude hart van de stad is het Plein van de Republiek, een groot plein dat wordt omsloten door indrukwekkende gebouwen in Stalinistische stijl. Hier liggen ondermeer het Nationaal Historisch Museum, het Nationale Kunst Museum en het Marriot, het duurste hotel van de stad. Het tweede grote en populaire plein is het Opera Plein, dat rond het imposante gebouw van de Nationale Opera ligt.
Jerevan is een stad waar mensen graag en veel buiten zijn. Het is dan ook een stad van parken, terrassen en brede boulevards met flanerende mensen. Het is leuk om een plekje uit te zoeken en onder het genot van een kopje koffie of een Gyumri- of Kilikia-biertje mensen te kijken.
Zoals elke hoofdstad heeft ook Jerevan een groot aantal goede, leuke en interessante musea. Zonder volledig te willen hieronder een korte opsomming van de musea die Blini Reizen zelf de moeite waard vindt. Allereerst het Nationaal Historisch Museum. Hier wordt de geschiedenis en de ontwikkeling van de Armeense cultuur duidelijk verteld. Een bezoek aan het museum verzorgt de achtergrond die je nodig hebt om alles wat je tijdens je rondreis gaat zien of al gezien hebt, te plaatsen en te begrijpen.
In het zelfde gebouw als het Nationaal Historisch Museum zit het Nationaal Kunst Museum. Hier is een van de grootste collecties kunst uit de voormalige Sovjet-Unie te bewonderen. Daarbij niet alleen Armeense kunst, die deels uit kerken en kloosters komt, maar ook veel schilderijen van West-Europese schilders en bekende Russen als Repin en Vaznetsov.
Het Matenadaran-museum vertelt het verhaal van de ontwikkeling van het Armeense alfabet, een belangrijke factor in de versterking van de Armeense staat, de Armeense kerk en het Armeense nationaal bewustzijn. Wat ons betreft is het niet alleen een van de beste musea van het land, maar is een bezoek ook onmisbaar voor iedereen die Armenië wil leren kennen en begrijpen.
Favoriet van Blini Reizen is het museum voor de Armeense regisseur Parajanov. Het bevat talloze kunstwerken die de regisseur vooral maakte in de periode dat het maken van films hem door het Sovjetregime was verboden. En passant maak je als bezoeker kennis met een tijd die voor kunstenaars niet de makkelijkste was. Indruk maken bijvoorbeeld de kleine potloodtekeningen die Parajanov maakte toen hij gevangen zat.
Om de Armeniërs en de staat Armenië te begrijpen ontkom je ten slotte eigenlijk niet aan een bezoek aan het indrukwekkende Genocide Monument. Dit herdenkt de slachtoffers van de genocide die de Turken aan het begin van de 20e eeuw pleegden op Armeniërs in het Turkse Rijk. Schattingen lopen uiteen van een half tot anderhalf miljoen slachtoffers.

Op dag 22 maak je een excursie buiten de stad. Ten oosten van Jerevan ligt de Garni tempel, de enige nog uit de Oudheid overgebleven tempel in Armenië. De ligging van Garni is imposant: de tempel is gebouwd op een strategische locatie, aan drie kanten beschermd door diepe afgronden die leiden naar de Azat-rivier. Op het terrein zijn ook de ruïnes van een kerk en een gedeelte van een oud badhuis (met mooie mozaïeken) te vinden. De tempel van Garni is in de jaren 70 van de vorige eeuw volledig gerestaureerd, en is het enige overgebleven monument uit de Hellenistische periode, gewijd aan de zonnegod Mithra. Waarschijnlijk werd de tempel niet verwoest toen Armenië zich tot het christendom bekeerde omdat hij zich in de zomerresidentie van de Koninklijke familie bevond.
Vlakbij Garni ligt de kerk van Geghard. De huidige naam verwijst naar de speer – ‘geghard’ – waarmee Jezus’ zijde doorboord zou zijn en die in de 13e eeuw naar deze plek werd gebracht (en nu is te zien in museum van het Echmiadzin klooster). De kerken in het complex zijn gedeeltelijk uitgehouwen in de rotsen en bekend om hun architectuur en akoestiek; er worden zelfs opnamen van kerkkoren gemaakt. Al met al is dit een erg sfeervolle plek die niet voor niets op de Werelderfgoedlijst staat.

Een alternatief voor de excursie naar Garni en Geghard is Echmiadzin. De kathedraal van Echmiadzin, ook wel de ‘moederkerk’ van de Armeense kerk genoemd, stamt al uit de 4e eeuw na Christus. Volgens overlevering kreeg St. Gregorius de Verlichter, grondlegger van de Armeens-Apostolische kerk, in een visioen opdracht om juist op deze plek een kerk te bouwen. Aldus geschiedde. Tegenwoordig vormt de kathedraal het spirituele centrum van de Armeense Kerk, en is ook de zetel van de Katholikos, de Patriarch van alle Armeniërs wereldwijd.
Vlakbij Echmiadzin liggen de ruïnes van de kathedraal van Zvartnots, gebouwd in de 7e eeuw na Christus. Ooit was deze aan de Heilige Joris gewijde kathedraal de grootste kerk van Armenië, bedoeld om de nieuwe hoofdkerk te worden en daarmee die van Echmiadzin te overtreffen. Helaas is het originele heiligdom verwoest (waarschijnlijk door een aardschok in 930), maar aan de hand van de overgebleven zuilen kun je je nog een aardig idee vormen van de grootsheid van het geheel. Echmiadzin en Zvartnots staan gezamenlijk op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Omdat alle bezienswaardigheden redelijk dicht bij de stad liggen kunnen Garni, Geghard, Zvartnots en Echmiadzin ook op een dag gecombineerd worden.

Dag 24 thuisreis
Je vliegt terug naar huis.

Top