Kaukasus (16 dagen)

Kaukasus Rondreis

Deze reis voert je van Bakoe, de fascinerende hoofdstad van Azerbeidzjan, door de bergen en valleien van Georgië en Armenië naar Jerevan. Divers, compleet en bijzonder. Je reist per auto met chauffeur (al dan niet met gids) of (vanaf Tbilisi) per huurauto.
De uitgebreide reisbeschrijving hieronder gaat uit van een rondreis per auto met chauffeur. De genoemde excursies kunnen natuurlijk als voorbeeld worden gebruikt voor een rondreis per huurauto.

NB: op onze website staat ook uitgebreide landeninfo voor Azerbeidzjan, Georgië en Armenië.
NB: de vermelde rijtijden zijn indicatief en exclusief (toeristische) stops onderweg.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 16 dagen
Beste reistijd: april t/m oktober

Prijs vanaf € 1595,- op basis van self-drive, of vanaf € 1825,- op basis van auto met chauffeur (uitgebreide prijsinformatie).
Praktische reisinformatie en achtergronden: Azerbeidzjan, Armenië en Georgië.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!
Bel (030-3040031) of mail (info@blinireizen.nl) ons, of klik op de offerte-knop hieronder.
Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-2 Bakoe
Je vertrekt vanaf Schiphol of Zaventem en komt dezelfde avond aan op de luchthaven van Bakoe. Je wordt op de luchthaven opgewacht en naar je hotel in de stad gebracht. Je hebt een volle dag voor het boeiende Bakoe of voor excursies buiten de stad, bijvoorbeeld naar het Absheron-schiereiland of Qobustan. Natuurlijk is het mogelijk een extra dag in deze stad te plannen.

Wandel door Bakoe en neem de moeite van enkele excursies buiten de stad, en je ziet alle fases uit de lange geschiedenis van Bakoe langskomen. De stad was eeuwenlang een kleine en stoffige halteplaats op de handelsroutes die oost en west met elkaar verbonden. Het leven speelde zich af in de sfeervolle ommuurde binnenstad, die nu een plekje heeft gekregen op de Werelderfgoedlijst. Smalle steegjes voeren langs oude moskeeën en koopmanshuizen naar het paleismuseum van de Shirvansha’s, de lokale heersers. Het belangrijkste monument is de Maagdentoren, die al acht eeuwen lang hoog en massief aan de rand van de oude stad staat.
Het leven in Bakoe veranderde totaal met de Oil Boom van het einde van de 19e eeuw. Mensen werden letterlijk miljonair door in hun tuintje een spade in de grond te steken. De stad ontwikkelde zich razendsnel. In 1910 werd meer dan de helft van de wereldolieproductie in en rond Bakoe gewonnen. Buitenlanders stroomden toe. Daaronder bijvoorbeeld ook de gebroeders Nobel, die hier het geld verdienden dat nu als Nobelprijs wordt uitgekeerd. Oliemiljonairs lieten prachtige huizen bouwen in de nieuwe wijken van de stad.
Bakoe profiteert nu van een nieuwe olieboom. Met de onafhankelijkheid en de hoge olieprijzen stroomt het geld weer binnen. Overal wordt gebouwd, het ene gebouw nog hoger en protseriger dan het andere. Gelukkig wordt ook geld gestoken in de publieke ruimte. Vooral de lange boulevard is prachtig. Overdag en ’s avonds is dit een populaire plek onder de inwoners van Bakoe.

Buiten de stad liggen uitgestrekte velden vol jaknikkers en boortorens, alles sterk vervuild door het 150 jaar lang morsen van olie. Tijdens een tochtje naar het Absheron-schiereiland krijg je een goed idee van deze olievelden. De kale, vieze stukken grond met roestige bouwsels waar nog steeds olie wordt gewonnen, vormen een fascinerend schouwspel. Tussen de troosteloze vuiligheid liggen echter nog twee herinneringen aan een verder verleden. Een daarvan is de vuurtempel van Atesgah. Op deze plek lag sinds de 7e eeuw een tempel van de Perzische Zoroasters, een oude godsdienst waarin de aanbidding van vuur een grote rol speelt. De huidige vuurtempel is echter in de 18e eeuw gebouwd door Indiase kooplieden. Het is een stille en bijzondere plek.
Midden in een woonwijk van het uitgestrekte dorp Märdäkan staat een hoge verdedigingstoren uit de 12 eeuw. Vanaf het dak heb je een prachtig uitzicht over de vlakte van het schiereiland.
Ten zuiden van Bakoe ligt Gobustan, dat net als de oude binnenstad op de Unesco-lijst staat. In de rotsen boven de kustvlakte zijn talloze rotsschilderingen uit de steentijd te zien, die vertellen over het leven in vroeger tijden. Grappig is dat vlakbij ook een verveelde Romein inscripties heeft achtergelaten. Het zijn de meest oostelijke sporen van het Romeinse Rijk.

Dag 3 Sheki
Op dag 3 verlaat je Bakoe per auto met chauffeur. Dit is een flexibele en comfortabele manier van reizen.
Je rijdt naar het westen, over de centrale vlakte van Azerbeidzjan. De eerste stop is het mausoleum van van Diri Baba. De tombe van de sjeik ligt in een mooie kloof en is een belangrijk pelgrimsoord. De volgende halte is het traditionele bergdorp Lahij. Dit ligt op de plek waar als sinds de 5e eeuw voor Christus een nederzetting is. Het staat vooral bekend om de handwerkslieden die op eeuwenoude wijze koper bewerken. (NB: vóór mei en na september is het mogelijk dat de bergweg naar het dorp onbegaanbaar is.)

Aan het eind van de middag kom je aan bij je bestemming: Sheki. Dit stadje ligt aan de voet van de Kaukasus. Bij helder weer heb je goed zicht op de bergpieken.
Sheki was de hoofdstad van een zelfstandig khanaat dat op een belangrijke kruising van handelswegen lag, tussen de route van Bakoe naar Tbilisi en de passen over de Kaukasus naar Dagestan. Vanaf 1805 maakte Sheki deel uit van het Russische Rijk.

Bakoe – Sheki: 300 km – 4,5 uur rijden

Dag 4 Sighnaghi
De dag begint met een bezoek aan het paleis van de khan van Sheki. Het werd gebouwd aan het einde van de 18e eeuw, nadat het oude Sheki door een overstroming was verwoest. Het paleis geeft een goede indruk van het leven van de vroegere heersers van dit deel van de Kaukasus.
Je rijdt verder naar het westen en komt bij de grens met Georgië, niet ver van het dorp Lagodekhi. Hier neem je afscheid van je Azeri-chauffeur en begroet je zijn Georgische collega.
Je rijdt de brede, groene vallei van Kakheti binnen. Aan de noordkant doemen weer de besneeuwde toppen van de Kaukasus op. Kakheti was lang een zelfstandig koninkrijk. Een belangrijke reden om nu deze provincie te bezoeken is de wijn. Deze drank wordt al meer dan 7000 jaar in Georgië gemaakt. Tijdens de Sovjetperiode was kwantiteit belangrijker dan kwaliteit maar sinds de onafhankelijkheid worden de Georgische wijnen beter en beter. Kakheti is een van de belangrijkste wijn producerende regio’s van het land. Bijna elk dal en elk dorp heeft zijn eigen druivensoort. Het is leuk de wijnboerderijen te bezoeken en de wijnen te proeven.
De eerste stop in het tweede land van de reis is dan ook in het plaatsje Tsinandali, dat midden tussen de velden met wijnranken ligt. Hier staat het landgoed van de beroemde Georgische familie Chavchavadze. Je krijgt een rondleiding en kan wat wijnen proeven.

In de middag kom je aan in het gerestaureerde dorp Sighnaghi. Het ligt op de zuidelijke hellingen vanaf de vallei en doet direct aan Toscane denken. Het Bodbe-klooster, iets ten zuiden van het dorp, is gewijd aan Sint Nino, de vrouw die in de 4e eeuw het christendom naar Georgië bracht en hier overleed.

Sheki – Sighnaghi: 160 km – 3 uur rijden

Dag 5-6 (David Gareja &) Tbilisi
Je neemt de hoofdweg naar de hoofdstad maar verlaat deze bij het dorp Sagaredzjo. Je volgt nu een stille weg door een steeds droger en onherbergzaam woestijnlandschap. Aan de voet van rotsige heuvels ligt het eeuwenoude complex van David Gareja dat bestaat uit 15 kloosters. In grotten in de rotsen zijn kerken en woningen voor de monniken uitgehakt.
Het eerste klooster dat je bezoekt is Lavra, dat stamt uit de 8e eeuw en waar nog steeds monniken wonen. Let in de kerk op de meer dan duizend jaar oude muurschilderingen.
Een stevige wandeling van 50 minuten brengt je daarna naar de ruïnes van het klooster van Udabno. De grotten liggen hoog op een rotsrichel en hiervandaan kijk je uit over de woestijnen en vlaktes van het westen van Azerbeidzjan.

We moeten twee kanttekeningen maken bij het bezoek aan David Gareja. Afhankelijk van de strengheid van de winter en het onderhoud van de weg kan het wegdek het laatste stuk naar David Gareja slecht zijn. Met een gewone auto, die niet hoog op de wielen staat, betekent dat langzaam rijden.
Daarnaast is de klim naar Udabno vrij stijl en niet aan te raden voor mensen die niet goed ter been zijn of hoogtevrees hebben. In totaal duurt de wandeling – als je alle grotten wilt zien – 2,5 uur, maar je kunt ook halverwege omkeren voor een kortere wandeling. Als je niet naar Udabno klimt, moet je je afvragen of het nog de moeite waard is naar David Gareja te rijden.

N.B.: Udabno ligt officieel op het grondgebied van Azerbeidzjan. Dit was nooit een probleem, maar sinds de zomer van 2019 houden Azeri-grenswachten wandelaars tegen. Er wordt gewerkt aan een oplossing. Totdat er meer zekerheid is over deze situatie is David Gareja niet meer standaard in dit programma opgenomen, maar reis je direct door naar Tbilisi. Mocht je toch naar David Gareja willen, laat ons dit dan weten.

De hoofdstad Tbilisi is een stad waar de energie van de 21e eeuw zich sfeervol mengt met de zichtbaar lange geschiedenis. Je kunt je bezoek aan deze stad beginnen met een klim naar de oude citadel, in 360 gebouwd door de Perzen. Hiervan is te zien hoe Tbilisi zich uitstrekt langs de oevers van de rivier Mtkvari, ingeklemd tussen de heuvels.

In het oude centrum verzorgen kerken, paleizen en monumentale gebouwen de achtergrond voor een levendig stadsleven waarin terrasjes, restaurants en cafés een grote rol spelen. Delen van de oude stad zijn goed gerestaureerd, met respect voor het verleden en aandacht voor details. Andere delen zijn nog wat vervallen, met de muren van de oude huizen vol scheuren en gammele houten balkons en de wortels van dikke bomen die de keien van de straten omhoog duwen. Van de vele kerken is de Sioni-kathedraal bij ons favoriet. Je kijkt vanaf de straat neer op het pleintje voor de hoge deuren. Als er een dienst of een bruiloft is, is het leuk mensen kijken.

Een heel andere sfeer vind je rond Rustaveli, de statige boulevard waaraan onder meer het parlement en het operagebouw liggen. Dit deel van de stad werd in de 19e eeuw door de Russen aangelegd.
Een moderne en opvallende brug verbindt de oude stad met een stadspark dat vooral in de weekenden en op zomeravonden populaire is bij de inwoners van Tbilisi. Boven het park ligt het nieuwe presidentieel paleis, modern, met veel glas en licht.
Ook verschillende wijken op de oostelijke oever van de Mtkvari zijn de laatste jaren grondig opgeknapt, zoals Avlabari, op de heuvel achter de Matekhi-kerk en Aghmashenebeli Avenue. Op deze oever ligt ook de grote, nieuwe Sameba-kathedraal, nu de belangrijkste kerk van Georgië.

De stad telt ook verschillende goede musea. Daarvan mag vooral het Kunst Museum niet gemist worden. De collectie varieert van een bijzondere selectie iconen en een schat aan gouden sieraden tot een verzameling werken van Russische schilders als Repin en Serov. Populair zijn ook de werken van Georgiër Niko Pirosmani.

Sighnaghi – David Gareja – Tbilisi: 210 km – 5 uur rijden

Dag 7 Mtskheta & Kazbegi
Een korte rit brengt je naar Mtskheta, de oude hoofdstad en het religieuze centrum van Georgië. Je bezoekt twee Unesco-monumenten: het oude klooster van Javri, dat hoog boven het rivierdal ligt, en de Svetitskhoveli kerk, waar volgens de overlevering de lijkwade van Christus is begraven.

Je rijdt verder naar het noorden langs de Georgian Military Highway. Je stopt eerst bij het fortencomplex van Ananuri dat vooral bekend is om het beeldhouwwerk in de kerken. Daarna wordt het dal smaller en klim je steeds hoger, tot Gudauri, een van de skiresorts van het land.
Daarna bereik je de 2379 meter hoge Jvari-pas. Hiervandaan heb je prachtig zicht over de valleien en de besneeuwde toppen van de Kaukasus. De weg daalt af door een leeg dal en bereikt uiteindelijk het dorpje Kazbegi.

Een voetpad leidt in 1,5 uur naar een van de iconen van Georgië: de spectaculair gelegen Gergeti-kerk. Als je niet wilt wandelen kan je met de auto naar boven. Vanaf de Gergeti-kerk voert een mooie wandeling verder de bergen in. Een alternatief is de ongerepte Sno-vallei waar de weiden in het voorjaar zijn bedekt met bloemen.

Tbilisi – Stepantsminda: 150 km – 3 uur rijden

Dag 8-9 Gori, Chiatura & Kutaisi
Je rijdt terug naar het zuiden. Zestig kilometer ten noorden van Tbilisi kom je op de enige snelweg van het land, deze volg je naar het westen. In het hart van de Kartli-provincie ligt Gori, er zijn twee bezienswaardigheden die je zou kunnen bezoeken. Gori is vooral bekend als geboorteplaats van Stalin. Een groot en fascinerend museum herdenkt de man die zoveel invloed heeft gehad op de geschiedenis van de 20e eeuw. Een bezoek aan het museum is niet standaard in deze reis opgenomen maar wel eenvoudig in te plannen. Een rondleiding heeft soms absurdistische trekjes. In ons geval werd in één zin aandacht besteed aan de minder positieve kanten van het Stalin-bewind: “…and some mistakes were made”.
Buiten Gori ligt de grottenstad met de moeilijke naam Uplistsikhe. De stad was al in de 5e eeuw voor Christus een belangrijke handelspost, maar werd vernietigd door Khulagu, de zoon van Djengiz Khan.

Net voorbij Gori verlaat je de hoofdweg, een stille, mooie weg leidt door beboste bergen naar het noorden. Hier ligt het mijnstadje Chiatura, op het eerste gezicht geen voor de hand liggende bestemming voor toeristen. Maar voor reizigers met interesse in industrieel erfgoed en het vervallen verleden van de Sovjet-Unie, of voor reizigers die gewoon eens wat anders willen, is het een aanrader. Begin 20e eeuw kwam 60% van de wereldproductie van mangaan uit dit plaatsje in de bergen van Noordwest-Georgië. In het centrum zelf, maar vooral in de dalen rondom, is de mijn en het verleden overal. Rangeerterreinen met roestende treinwagons, vervallen fabriekshallen, parkeerterreinen vol puin en gras, zwart-uitgeslagen kunstwerken die het ooit bloeiende Chiatura verheerlijkten. Opvallend zijn de vele kabelbanen die de kloof overspannen en van het dal naar de hoger gelegen hellingen voeren. De meeste hiervan zijn bedoeld om de mijnwerkers snel op hun werkplek te brengen, andere voor het transport van de erts. Een deel van de kabelbanen is nog in gebruik en een ritje in een van de kleine, roestige cabines, hoog boven het dal, is een bijzonder avontuur.

Einddoel van vandaag is Kutaisi, de tweede stad van het land en een paar eeuwen lang ook de hoofdstad. De geschiedenis van Kutaisi gaat echter verder terug, tot de 17e eeuw voor Christus. Volgens de overlevering was het hier dat Jason en zijn Argonauten het Gulden Vlies kwamen zoeken. Kutaisi is nu een vriendelijke en prettige provinciestad. Het oude centrum is gezellig en overzichtelijk.

Dag 6 heb je tijd voor de stad en een aantal bezienswaardigheden in de omgeving. In en direct buiten Kutaisi liggen om te beginnen twee Unesco-monumenten.
De eerste is de Bagrati-kathedraal, die op een heuvel boven de stad ligt. Het tweede Unesco-monument ligt een stukje buiten Kutaisi in een stille, beboste omgeving. Het is het klooster van Gelati, dat bestaat uit een sfeervolle kathedraal, met prachtige fresco’s, en verschillende bijgebouwen.

Een half uur ten noorden van Kutaisi liggen de Prometheus-grotten, een enorm complex van grotten waar boeiende wandelexcursies van 1,5 uur worden georganiseerd. Wat verderop ligt de mooie Okatse-canyon. Hier is hoog boven het water van de rivier en de bodem van de kloof een wandelpad van vlonders aangelegd.

Stepantsminda – Chiatura – Kutaisi: 360 km – 6 uur rijden

Dag 10 Borjomi, Akhaltsikhe & Vardzia
De volgende bestemming is Borjomi, dat in een prachtige omgeving ligt. Borjomi verwierf faam als kuuroord voor de Russische adel (en in Sovjettijden de modelarbeiders) en als herkomst van het populaire gelijknamige bronwater. Je wandelt langs de oude paleizen en door de parken en drinkt het water direct uit de bron.

Je volgt het dal verder naar het zuiden en verder omhoog. De bossen verdwijnen en de omgeving wordt rotsiger. Het provinciestadje Akhaltsikhe ligt niet ver van de Turkse grens. Het oude fort boven de stad is helemaal gerestaureerd en het is leuk hier even rond te wandelen. Het speelde een belangrijke rol in de laatste aflevering van het populaire tv-programma “Wie is de Mol” dat begin 2018 werd uitgezonden. Overigens is Akhaltsikhe geen typisch Georgische stad: meer dan een derde van de bevolking is Armeens.

De weg naar Armenië brengt je verder de bergen in. Je passeert de ruïnes van verschillende kastelen, vaak indrukwekkend gelegen op een bergtop of rots in de rivier. Bij het Khertvisi-fort stap je uit voor een korte wandeling. Deze beroemde vesting stamt uit de 2e eeuw voor Christus.

Je rijdt een smal zij-dal binnen, waar je door een paar dorpjes komt en rijdt verder door prachtige natuur.

Het doel van de dag is het grottencomplex van Vardzia. Het klooster werd in de 11e eeuw gesticht door Koningin Tamar, nog steeds ongekend populair in Georgië. De volgende ochtend heb je alle tijd om de vele grotten van het klooster te verkennen.

Je overnacht in het stille, mooie dal bij Vardzia.

Kutaisi – Vardzia: 210 km – 3,5 uur rijden

Dag 11 Vardzia & Gyumri
Vandaag verlaat je Georgië. De weg klimt eerst naar een desolate hoogvlakte. De grensposten zelf staan midden in het niets, op een lege vlakte.

De eerste stop in Armenië is in Gyumri, de tweede stad van het land die in 1988 bij een aardbeving zwaar werd beschadigd en nog steeds niet helemaal is hersteld. Het is een leuke en levendige stad.

We kiezen in deze reis voor een overnachting in Gyumri. Omdat het leuk is ook wat van deze stad te zien maar ook om het aantal kilometers en de reistijd wat te beperken. Als je het niet erg vind om kilometers te maken en graag zoveel mogelijk wilt zien, kun je vandaag doorrijden naar de kloosters van Haghpat en Sanahin, twee Unesco-monumenten.
Het klooster van Sanahin ligt hoog bovenin het dal. Het werd gesticht in 966 en bestaat uit een paar kerken en kloostergebouwen. De sfeer bij het klooster is zoals vaker in Armenië. Buiten de poort staan een paar stalletjes met souvenirs, maar binnen is het stil. Geen hekken, niet over-gerestaureerd, geen suppoosten, geen regeltjes. Je kunt meestal in alle stilte het terrein verkennen, de met mos begroeide muren verhogen de sfeer. Wel staan hier en daar informatieborden, met achtergronden over geschiedenis en architectuur.
Het klooster van Haghpat ligt hemelsbreed maar drie kilometer verder en was in vroeger tijden een concurrent van Sanahin. Nu worden beide Unesco-monumenten tijdens een excursie bezocht. Haghpat was een belangrijk religieus en cultureel centrum. Op het terrein staan prachtige kachkars, de typisch Armeense herdenkingsstenen die altijd zijn versierd met bijzondere reliëfs.

Vardzia – Gyumri: 135 km – 3,5 uur rijden

Dag 12 Dilijan & Sevan-meer
De rondreis voert door de bergen naar het oosten. Op een hoogvlakte kom je verrassend genoeg door enkele dorpen waar vrijwel alleen Russen wonen. Hun voorouders trokken in de 19e eeuw weg uit Rusland toen zij daar werden vervolg voor hun interpretatie van het orthodoxe geloof.

In de middag daal je af naar de beboste dalen rond Dilijan. Dit stadje is bij Armeniërs populair als vakantieoord en wordt door hen liefkozend Armeens-Zwitserland genoemd. Het klooster Haghartsin ligt verscholen in een dichtbebost dal.

De hoofdweg naar Jerevan klimt door de bossen omhoog tot een tunnel. Als je deze tunnel weer uitrijdt, heb je het meer van Sevan bereikt, dat op 1900 meter hoogte tussen de bergen ligt.
Je stopt al snel bij het schiereiland Sevan waarop het klooster Sevanavank ligt. Het is een dankbare plek voor fotografen met twee oude kerken en verschillende bijzondere kachkars (hierover later meer) tegen een achtergrond van prachtig blauw water omringd door hoge bergen. Overigens was het schiereiland tot in de jaren ’30 een eiland. Toen deed het overvloedige watergebruik door de Sovjets voor industrie en landbouw het waterpeil dalen.
Je hotel ligt direct aan de oevers en is een goede plek om bij te komen van de reis.

Gyumri – Sevan: 150 km – 2,5 uur rijden

Dag 13 Noravank, Khor Virap & Jerevan
De reis voert eerst langs de oevers van het meer van Sevan. Je stopt onderweg bij het mooi gelegen kerkje van Hayravank. Weer iets verder ligt het plaatsje Noraduz, met een begraafplaats die bekend is om de indrukwekkende verzameling van bijna 1000 kachkars. Deze grafstenen, bewerkt met rozetten en bloemmotieven, zijn een kenmerkend onderdeel van de Armeense kunst.
Niet veel verder verlaat je de oevers van het meer om naar de Selim-pas te klimmen. Via een gerestaureerde karavanserai uit Zijderoute-tijden slingert de weg zich na de pas door prachtig berglandschap naar beneden.
Je bereikt de hoofdweg die van Jerevan naar Nagorno-Karbakh, het zuiden van het land en Iran voert. Jij kiest de richting van Jerevan.
Een zijweg duikt een diepe kloof van steile, baksteenrode rotswanden in. Een prachtige weg voert naar Noravank. Dit klooster gaat qua kleur en materiaal volledig op in zijn natuurlijke omgeving en is beroemd om zijn beeldhouwwerk.
Het laatste deel van deze lange dag voert door het brede dal van de Arkas. Hier ligt het klooster van Khor Virap, de plek waar het voor de Armeense kerk allemaal is begonnen. Vanaf de muren van het klooster kijk je over het dal uit naar de berg Ararat, die net over de Turkse grens ligt. Aan het einde van de dag kom je aan in Jerevan.

Sevan – Selim – Noravank – Khor-Virap Jerevan: 270 km – 4,5 uur rijden

Dag 14-15 Jerevan
Je hebt twee volle dagen in Jerevan. Jerevan is niet alleen de hoofdstad van Armenië, maar ook verreweg de grootste en belangrijkste stad van het land. Jerevan vormt het hart van Armenië. Een bezoek aan dit land is niet denkbaar zonder ook deze prettige, veilige en boeiende stad te leren kennen.
Hoewel op de huidige locatie van Jerevan al ruim voor Christus een nederzetting bestond, is de stad pas vanaf 1827 toen de Russen kwamen en later in de Sovjettijd echt tot ontwikkeling gekomen. Nu telt de stad 1,1 miljoen inwoners, bijna een derde van alle inwoners van het land. Het oude hart van de stad is het Plein van de Republiek, een groot plein dat wordt omsloten door indrukwekkende gebouwen in Stalinistische stijl. Hier liggen ondermeer het Nationaal Historisch Museum, het Nationale Kunst Museum en het Marriot, het duurste hotel van de stad. Het tweede grote en populaire plein is het Opera Plein, dat rond het imposante gebouw van de Nationale Opera ligt.
Jerevan is een stad waar mensen graag en veel buiten zijn. Het is dan ook een stad van parken, terrassen en brede boulevards met flanerende mensen. Het is leuk om een plekje uit te zoeken en onder het genot van een kopje koffie of een Gyumri- of Kilikia-biertje mensen te kijken.
Zoals elke hoofdstad heeft ook Jerevan een groot aantal goede, leuke en interessante musea. Zonder volledig te willen hieronder een korte opsomming van de musea die Blini Reizen zelf de moeite waard vindt. Allereerst het Nationaal Historisch Museum. Hier wordt de geschiedenis en de ontwikkeling van de Armeense cultuur duidelijk verteld. Een bezoek aan het museum verzorgt de achtergrond die je nodig hebt om alles wat je tijdens je rondreis gaat zien of al gezien hebt, te plaatsen en te begrijpen.
In het zelfde gebouw als het Nationaal Historisch Museum zit het Nationaal Kunst Museum. Hier is een van de grootste collecties kunst uit de voormalige Sovjet-Unie te bewonderen. Daarbij niet alleen Armeense kunst, die deels uit kerken en kloosters komt, maar ook veel schilderijen van West-Europese schilders en bekende Russen als Repin en Vaznetsov.
Het Matenadaran-museum vertelt het verhaal van de ontwikkeling van het Armeense alfabet, een belangrijke factor in de versterking van de Armeense staat, de Armeense kerk en het Armeense nationaal bewustzijn. Wat ons betreft is het niet alleen een van de beste musea van het land, maar is een bezoek ook onmisbaar voor iedereen die Armenië wil leren kennen en begrijpen.
Favoriet van Blini Reizen is het museum voor de Armeense regisseur Parajanov. Het bevat talloze kunstwerken die de regisseur vooral maakte in de periode dat het maken van films hem door het Sovjetregime was verboden. En passant maak je als bezoeker kennis met een tijd die voor kunstenaars niet de makkelijkste was. Indruk maken bijvoorbeeld de kleine potloodtekeningen die Parajanov maakte toen hij gevangen zat.
Om de Armeniërs en de staat Armenië te begrijpen ontkom je ten slotte eigenlijk niet aan een bezoek aan het indrukwekkende Genocide Monument. Dit herdenkt de slachtoffers van de genocide die de Turken aan het begin van de 20e eeuw pleegden op Armeniërs in het Turkse Rijk. Schattingen lopen uiteen van een half tot anderhalf miljoen slachtoffers.

Op dag 14 maak je een excursie buiten de stad. Ten oosten van Jerevan ligt de Garni tempel, de enige nog uit de Oudheid overgebleven tempel in Armenië. De ligging van Garni is imposant: de tempel is gebouwd op een strategische locatie, aan drie kanten beschermd door diepe afgronden die leiden naar de Azat-rivier. Op het terrein zijn ook de ruïnes van een kerk en een gedeelte van een oud badhuis (met mooie mozaïeken) te vinden. De tempel van Garni is in de jaren 70 van de vorige eeuw volledig gerestaureerd, en is het enige overgebleven monument uit de Hellenistische periode, gewijd aan de zonnegod Mithra. Waarschijnlijk werd de tempel niet verwoest toen Armenië zich tot het christendom bekeerde omdat hij zich in de zomerresidentie van de Koninklijke familie bevond.
Vlakbij Garni ligt de kerk van Geghard. De huidige naam verwijst naar de speer – ‘geghard’ – waarmee Jezus’ zijde doorboord zou zijn en die in de 13e eeuw naar deze plek werd gebracht (en nu is te zien in museum van het Echmiadzin klooster). De kerken in het complex zijn gedeeltelijk uitgehouwen in de rotsen en bekend om hun architectuur en akoestiek; er worden zelfs opnamen van kerkkoren gemaakt. Al met al is dit een erg sfeervolle plek die niet voor niets op de Werelderfgoedlijst staat.

Een alternatief voor de excursie naar Garni & Geghard is Echmiadzin. De kathedraal van Echmiadzin, ook wel de ‘moederkerk’ van de Armeense kerk genoemd, stamt al uit de 4e eeuw na Christus. Volgens overlevering kreeg St. Gregorius de Verlichter, grondlegger van de Armeens-Apostolische kerk, in een visioen opdracht om juist op deze plek een kerk te bouwen. Aldus geschiedde. Tegenwoordig vormt de kathedraal het spirituele centrum van de Armeense Kerk, en is ook de zetel van de Katholikos, de Patriarch van alle Armeniërs wereldwijd.
Vlakbij Echmiadzin liggen de ruïnes van de kathedraal van Zvartnots, gebouwd in de 7e eeuw na Christus. Ooit was deze aan de Heilige Joris gewijde kathedraal de grootste kerk van Armenië, bedoeld om de nieuwe hoofdkerk te worden en daarmee die van Echmiadzin te overtreffen. Helaas is het originele heiligdom verwoest (waarschijnlijk door een aardschok in 930), maar aan de hand van de overgebleven zuilen kun je je nog een aardig idee vormen van de grootsheid van het geheel. Echmiadzin en Zvartnots staan gezamenlijk op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Dag 16 thuisreis
Je vliegt terug naar huis.

Top