Oezbekistan & de Pamirs

Oezbekistan & de Pamirs

Deze reis voert van de legendarische woestijnsteden van Oezbekistan naar de bergpassen en hoogvlakten van de Pamir’s. Een avontuurlijke en gevarieerde reis met drie weken lang geschiedenis, natuur en cultuur.

Het eerste deel van de reis leg je af per trein en slaap je in hotels. Vanaf Dushanbe trek je de bergen in en reis je per jeep, waarbij je de beschikking hebt over een chauffeur. Je overnacht dit deel van de reis afwisselend bij lokale families of in yurts. Dit is een prachtige manier om het land en de gastvrije bevolking beter te leren kennen. Maar sanitair en andere voorzieningen zijn eenvoudig, soms erg eenvoudig. Alle maaltijden tijdens de tocht zijn inbegrepen.
De reis voert je over grote hoogten. Je passeert verschillende passen tot 4655 meter en slaapt ook enkele nachten ruim boven de 3000 meter. Hoewel de reis zo is opgebouwd dat je kunt wennen, krijgen sommige reizigers toch last van een milde vorm van hoogteziekte: lichte hoofdpijn en misselijkheid die na een nachtje weer is verdwenen.
In de reis zijn verschillende dagwandelingen opgenomen. Deze zijn niet al te lang en technisch niet moeilijk, maar kunnen door de hoogte wel zwaar zijn. Het is echter altijd mogelijk om in overleg met de gids het programma aan te passen en de wandeling in te korten of te schrappen.
De soms eenvoudige voorzieningen, de hoogte, de wandelingen, de lange afstanden over onverharde wegen maken dit een vrij zware reis.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 20 dagen
Beste reistijd: juni t/m september

Prijs vanaf: € 2175,- (uitgebreide prijsinformatie).
Praktische reisinformatie en achtergronden: Oezbekistan en Tadzjikistan.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-2 Tasjkent
In de loop van dag 1 vertrek je richting Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. Als je vroeg in de ochtend van dag 2 aankomt, word je opgewacht en naar je hotel gebracht. Na een korte rust kun je de stad in, op eigen gelegenheid of met een gids.

Tasjkent is de hoofdstad van de jonge maar zelfbewuste republiek Oezbekistan. In het centrum voeren brede lanen langs grote goudkleurige monumenten en indrukwekkende gebouwen. De stad moet trots uitstralen en de nationale identiteit benadrukken.
Wie echter iets verder kijkt, ontdekt al snel het Sovjetkarakter van de stad. Bijvoorbeeld in de kleding en de houding van een deel van de bewoners en in de typische woonblokken. Een groot deel van de bevolking is ook nog Russisch, niet alleen een overblijfsel uit de Sovjetperiode, maar ook uit de decennia daarvoor. Toen was Tasjkent de hoofdstad van de Tsaristische provincie Turkestan.
In een verder verleden was de stad een belangrijke post op de handelsroutes tussen oost en west. Van deze periode is echter niet al teveel overgebleven, door het geweld van langstrekkende legers en vooral door een zware aardbeving in 1966. Toch is de sfeer van het oude Tasjkent nog terug te vinden, vooral op en rond Chorsu bazaar, de kleurrijke boerenmarkt.
Twee musea zijn wat Blini betreft de moeite meer dan waard: het museum van de geschiedenis van Oezbekistan is een goede introductie voor wat je later tijdens de rondreis door het land te zien krijgt; het museum der kunsten biedt een prachtig overzicht van de kunst die Oezbekistan in de loop van de vele eeuwen heeft voortgebracht.

Dag 3-5 Buchara
In de ochtend verlaat je Tasjkent per trein. Dit is een snelle en comfortabele manier van reizen en bovendien een goede mogelijkheid Oezbekistan en de Oezbeken op een andere manier te leren kennen. Natuurlijk regelt Blini de transfers van en naar het station. Het doel van de treinreis is de oude stad Bukhara.

De volgende dagen staan helemaal in het teken van Buchara. De 2500 jaar oude stad was net als Khiva een van de belangrijkste steden van Centraal-Azië en een belangrijke schakel van de Zijderoute. Een van de hoogtepunten van de oude stad is de Kalyan-minaret. Toen de stad door de Mongolen werd verwoest, zou het Djengiz Khan zelf zijn geweest die zo onder de indruk was van de pracht van de toren, dat hij opdracht gaf dat deze gespaard moest blijven.
Het grote fort, de Ark genoemd, is ook een ‘must’. Gelegen op een rots boven de stad heb je vanaf de muren een prachtig uitzicht. In het fort zijn verschillende stoffige maar leuke musea gevestigd.
Een persoonlijke favoriet van Blini Reizen is de Chor-Minor. Deze kleine madrassa met vier torens ligt wat afgelegen op een pleintje midden in een woonwijk. Vergeleken met veel andere gebouwen in Buchara is het een bescheiden gebouw, maar wel van een ongekende schoonheid. Een deel van het plezier van een bezoek aan de Chor-Minor is de wandeling er naar toe. Deze voert door steegjes en langs lemen huizen. Onderweg kom je spelende kinderen en af en toe een zwaar beladen ezel tegen. Zo moet het leven in het oude Buchara zijn geweest.

Buiten de stad liggen de tombe van de soefi-heilige Bakhautdin Naqshband en het zomerpaleis van de emir. Het zijn leuke bestemmingen voor een excursie.

Buchara is meer dan het bewonderen van oude gebouwen. Het hart van de oude stad wordt gevormd door Lyab-i-Hauz. Rond een groot waterreservoir staan de tafeltjes van theehuizen en restaurantjes. Oude bomen zorgen voor de nodige schaduw. Het is heerlijk om hier in het gezelschap van oude Oezbeken en onder het genot van meerdere potten thee een paar uur niets te zitten te doen.

Treinreis: 4 uur

Dag 6-7 Samarkand
Een volgende treinreis brengt je naar de oude stad Samarkand.
Samarkand werd meer dan 2750 jaar geleden door de Perzen gesticht en is daarmee een van de oudste nog bewoonde steden ter wereld. De lange geschiedenis telt tal van tumultueuze momenten. Zo veroverde Alexander de Grote de stad in 329 voor Christus, kwamen in de 13e eeuw de Mongolen langs denderen en maakte de beruchte Timur Lenk Samarkand tot de hoofdstad van een van de grootste rijken aller tijden. En al die eeuwen was de stad een van de belangrijkste steden aan de Zijderoute.

Het Registan vormt het hart van de stad. Aan dit plein liggen drie prachtige madrassas (Koranscholen), met mooi versierde groenblauwe koepels die glinsteren in de zon. Een kwartiertje wandelen verderop ligt een ander hoogtepunt van Samarkand: Sha-i-Zinda. In deze dodenstad liggen de mausolea van tientallen rijke en machtige bewoners van de stad zij aan zij, de een nog mooier dan andere.
Tijdens de wandeling naar de Sha-i-Zinda passeer je de enorme Bibi-Khanym Moskee, die tussen 1399 en 1404 gebouwd werd in opdracht van Timur Lenk, door de vele ambachtslieden die hij van zijn veroveringen meevoerde naar Tasjkent. Dat de moskee wat vervallen is, maakt deze des te sfeervoller.
De grote Timur Lenk zelf ligt begraven in het kleinere, maar nauwelijks minder mooie Gur-e Amir. Volgens de historici zijn tijdens zijn oorlogen meer dan 17 miljoen mensen omgekomen. Kijk naar de tombe en probeer je voor te stellen wat deze veroveraar met zijn legers teweeg heeft gebracht.
Maar vergeet door de vele monumenten vooral niet dat Samarkand een levende stad is. Blini wandelt graag rond op de grote, levendige Siob-bazaar, die naast de Bibi-Khanym ligt. Hier zie je het dagelijkse leven in het huidige Oezbekistan.

Overweeg een excursie naar Shakhrisabz, de geboorteplaats van Timur Lenk. Het is nu een slaperig stadje, maar de grote, vervallen monumenten herinneren aan andere tijden. Als je op een zondag gaat, kun je ook de grote weekmarkt van het stadje Urgut bezoeken. De excursie is te plannen op dag 7 maar je kunt natuurlijk ook de reis met een dag verlengen.

Treinreis: 2 uur

Dag 8 Dushanbe
Na je boeiende bezoek aan de twee mooiste steden van Oezbekistan is het tijd voor een nieuw land: Tadzjikistan. Een auto met chauffeur rijd je naar de Tadzjiekse grens, niet ver van Samarkand. Hier word je opgewacht door je Tadzjiekse chauffeur. De weg naar Dushanbe voert je langs de oude stad Penjikent en door Anzob-tunnel.

Dushanbe ligt op 800 meter hoogte in het westen van het land en is wellicht de prettigste hoofdstad van Centraal-Azië. Hart van de stad is de Rudaki Avenue die wordt omzoomd door schaduwgevende bomen en stalinistische gebouwen. In het centrale park toont het gouden standbeeld van Rudaki het nieuwe zelfbewustzijn van het onafhankelijke Tadzjikistan.
Het straatbeeld weerspiegelt de verschillende kanten van de stad en het land. Roestige Lada’s en fonkelende Mercedessen; Tadzjiekse vrouwen met kleurrijke jurken en hoofddoekjes en etnische Russen in spijkerbroek en minirok; een in traditionele stijl gebouwd theehuis waar ijskoud bier wordt geschonken. Gecombineerd met de ontspannen sfeer is Dushanbe een leuke stad, bijvoorbeeld om een of meer dagen uit te rusten na een trekking door de Fan-bergen of een vermoeiende expeditie door de Pamirs.

Samarkand – Dushanbe: 6 uur

Dag 9 Kalaikhumb
Je begint aan het tweede en meest spectaculaire deel van de reis. Vanaf vandaag reis je per jeep met chauffeur. Deze spreekt meestal redelijk Engels, in ieder geval altijd voldoende voor het maken van eenvoudige afspraken. Tegen een meerprijs reist er ook een Engelstalige gids mee. Je trekt de bergen in en tot Osh zijn de voorzieningen onderweg beperkt.

De eerste etappe van de reis is 360 kilometer lang maar verveelt geen moment. De natuur is prachtig. Je komt door dorpjes die je een eerste inkijk geven in het plattelandsleven: bebaarde oude mannen drinken thee voor hun huizen, jongens hoeden kuddes geiten en vrouwen in traditionele jurken werken op de weg. Langs de kant van de weg herinneren de wrakken van pantserwagens aan de burgeroorlog die hier in de jaren negentig van de vorige eeuw werd uitgevochten.
Je passeert de 3252 meter hoge Khaburabot-pas en daalt af naar de vallei van de Panj-rivier. Je komt aan in het dorp Kalaikhumb, waar je overnacht in een eenvoudig guesthouse of een hotel.

Dushanbe – Kalaikhumb: 360 km – 9 uur

Dag 10 Bartang-vallei
De komende dagen volg je de Panj-vallei. Deze dagen zal je keer op keer opvallen hoe groot het verschil in ontwikkeling is tussen de Tadzjiekse en de Afghaanse kant van de grens: aan ‘onze’ kant een asfaltweg, aan de andere kant een ezelpad. Aan ‘onze’ kant elektriciteit, aan de andere kant duisternis.
De Panj-vallei is smal en de berghellingen steil. Op de plekken waar het dal breder wordt en vlak terrein de ruimte voor landbouw biedt, kom je door kleine dorpen waar mannen en vrouwen op het land werken en kinderen vrolijk zwaaien naar de jeep. Regelmatig passeer je grote kuddes schapen en geiten, afhankelijk van het seizoen op weg naar hoger geleiden weiden of juist weer naar de beschutting van de dalen.
Het eerste serieuze zijdal is dat van de Vanj-vallei. Het volgende dal rijdt je binnen. Dit is de Bartang-vallei. Deze is op sommige punten zo smal dat reizigers vroeger gebruik moesten maken van vlotten gemaakt van geitenmagen of speciale manden die langs de rotsen werden getrokken.
Je overnacht in Rushan, een klein dorp in de Panj, bij de monding van de Bartang-rivier, of rijdt al een stukje de Bartang-vallei binnen, tot het dorpje Emts.

Kalaikhumb – Bartang-vallei (Rushan village): 200 km – 4 tot 5 uur

Dag 11-12 Bartang-vallei & Khorog
De volgende dag trek je te voet of per jeep verder de Bartang-vallei in. De kleuren variëren van het grijs van de bergen, het groen van de velden en de bomen, tot het blauw van de rivieren en de bergmeren en het wit van de besneeuwde toppen. Onderweg ontmoet je de lokale bevolking, altijd oprecht blij vreemdelingen te begroeten. Je bent de hele dag midden in de prachtige natuur van de Pamir’s.

Aan het einde van de dag verlaat je de Bartang en rijdt weer langs de Panj verder naar het zuiden. Hier ligt het stadje Khorog, hoofdstad van de provincie GBAO (Gorno-Badakshan Autonome Oblast) en met 28.000 inwoners de grootste plaats van de regio. Door de strategische ligging op de grens met Afghanistan was Khorog in het Sovjet-tijdperk een belangrijke plaats. Maar tegenwoordig is dit gebied een van de minst ontwikkelde delen van het land, en draagt de Aga Khan Foundation het grootste deel bij aan de lokale economie.
In Khorog is een botanische tuin gehuisvest (de op een na hoogste van de wereld op 2.320 meter) en zeker voor plantenliefhebbers de moeite waard. Op zaterdag is hier een drukke markt waar ook veel Afghanen van de andere kant van de rivier op af komen. Je bent hier dus weer even terug in de bewoonde wereld, met winkeltjes, theehuizen en restaurants. En je slaapt weer in een echt hotel.
Je hebt een volle dag om Khorog en omgeving te verkennen en om even bij te komen van het eerste deel van de reis.

Bartang-vallei – Khorog: 90 km – 2 tot 3 uur

Dag 13-14 Wakhan-vallei
Je vervolgt je weg door het dal naar het zuiden. Een half uur buiten Khorog zie je aan de linkerkant hoog op de hellingen Koh-i-lal, een robijnmijn die door Marco Polo werd beschreven. Niet veel verder bereik je het marktstadje Iskhashim, waar net als bij Khorog een brug Tadzjikistan en Afghanistan verbindt.
Je bent nu in de Wakhan-vallei, een van de boeiendste stukken van de reis. In de lange, brede vallei liggen tal van dorpjes, ruïnes van forten, kleine heiligdommen en populaire warme baden. Naar het zuiden heb je prachtig zicht op de 7000 meter hoge toppen van de Hindu-kush die de grens tussen Afghanistan en Pakistan vormen. De vallei zelf ligt op circa 2400 meter hoogte.
Je hebt twee dagen voor de Wakhan-vallei. De eerste nacht slaap je in Ishkashim. Je hebt hier voldoende tijd voor de markt die altijd door veel Afghanen wordt bezocht.
De volgende dag verken je de vallei. Je komt al snel bij de ruïnes van een groot fort, dat prachtig is gelegen, met weids uitzicht over de Wakhan-vallei. Het oudste deel van het fort zou stammen uit de 2e eeuw voor Christus. Niet veel verder ligt het dorp Yamchun. Boven het dorp liggen de restanten van een vuurtempel en, wellicht interessanter, de warme bronnen van Bibi Fatima. Gebruik de gelegenheid om je om te kleden en je onder te dompelen in het warme water tussen de locals.
In het dorp Yamg staat een sympathiek museumpje ter ere van de lokale wetenschapper Sufi Vakhoni, die rond 1900 leefde. Het is gevestigd in een mooi traditioneel huis en vertelt het nodige over de Pamir cultuur.
Een volgende stop is in het dorp Vrang, waar de ruïnes van een stupa herinneren aan de tijden dat boeddhistische reizigers door de Wakhan trokken.
Aan het einde van de Wakhan-vallei kom je bij de plek waar twee rivieren, de Pamir en de Wachan, samenkomen om als Panj verder gaan. De samenvloeiing wordt bewaakt door het indrukwekkende fort van Langar. Je overnacht in het gelijknamige dorpje.

Khorog – Ishkashim: 126 km – 3 tot 4 uur
Ishkashim – Langar: 150 km – 5 uur

Dag 15 Kara Jylga
Na de natuurpracht van de valleien van de Panj, Vanj, Bartang en Wakhan verandert het landschap vandaag. Het wordt er echter zeker niet minder mooi op. Je laat de Afghaanse grens en even later ook de rivier achter je en rijdt de bergen in. Langzaam klim je naar de 4300 meter hoge Kargush-pas. Het landschap wordt leger en desolater.
Via de pas bereik je de hoogvlakte van de Pamir’s die zich op 4000 meter hoogte uitstrekt. Hier kom je ook weer bij de echte Pamir Highway, die je bij Khorog hebt verlaten. Je volgt de asfaltweg naar het oosten. Regelmatig passeren hier konvooien Chinese vrachtwagens die bewijzen dat de Zijderoute nog springlevend is.
Je passeert twee dorpjes die niet al teveel voorstellen. Dan verlaat je de asfaltweg om over de hoogvlakte naar het zuiden te rijden. Je trekt nog verder de bergen in, naar een gebied dat de Kleine Pamir genoemd wordt en tegen de Afghaanse grens ligt. Het is een onherbergzaam gebied waar weinig meer groeit dan grassen en lage struiken. De lucht is helder en de vergezichten op de bergen en over de vlaktes imposant. Je zit hier boven de 4000 meter hoogte.
Midden in de leegte ligt hier Kara Jylga, een hooggelegen bergweide, waar in de zomer Kirgizische nomaden leven. Ze slapen in hun traditionele yurten (grote vilten tenten) en hoeden hun kuddes yaks. Je overnacht in zo’n yurt, en dat is een bijzondere ervaring. Alhoewel ’s nachts de temperatuur regelmatig tot onder het vriespunt daalt, is het in de yurt altijd heerlijk warm. Er zijn matten, stapels dekens en een kachel die wordt gestookt op de mest van de yaks. De toiletvoorzieningen zijn echter eenvoudig: de wc is buiten en niet meer dan een gat in de grond met daaromheen een schutting. Water, koud en warm, is er alleen in emmers. Je slaapt midden in de lege natuur. Vergeet ’s nachts ook niet de yurt uit te stappen om van de sterrenhemel te genieten.

Langar – Kara Jylga: 228 km – 6 tot 7 uur

Dag 16 Zor-Kul
Een volle dag in de indrukwekkende natuur van de Kleine Pamirs. Je trekt er te voet en per jeep op uit. Doel is onder andere het meer met de prachtige naam Zor-Kul. Het ligt op de grens met Afghanistan aan de voet van de bergen en het water is door de ijle lucht en de vrijwel altijd onbewolkte hemel meestal prachtig azuurblauw.
Je slaapt in een tweede nacht in de yurt bij Kara Jylga.

Dag 17 Kok-Jigit, Sary Gorim & Murghab
De dag begint met een laatste tocht door de prachtige natuur in dit deel van Tadzjikistan. Je bezoekt Kok Jigit en, afhankelijk van de tijd, ook Sary Gorim.
Het lijkt alsof je hier aan het einde van de wereld bent. Maar weinig meer dan 100 jaar geleden was deze regio het doel van haastige expedities waarin Russische en Britse ontdekkingsreizigers elkaar probeerden af te troeven. Het was allemaal onderdeel van de “Great Game”, de koude oorlog waarin de twee wereldrijken met elkaar wedijverden over invloed en macht in Centraal-Azië.

Daarna keer je terug naar de Pamir Highway en rijdt naar Murghab, het regionale centrum van de hoogvlaktes van de Pamir’s. Met 11.000 inwoners en op 3650 meter hoogte stelt Murghab weinig voor. Toch voelt het na de vele dagen in de leegte van de Pamir’s als de bewoonde wereld. Je slaapt hier weer in een guesthouse.

Kara Jylga – Murghab: 126 km – 3,5 uur

Dag 18 Karakul
Vandaag begint de laatste volle dag in Tadzjikistan. Je vervolgt per jeep je tocht over de Pamir-Highway door het woeste, lege landschap. De Pamir Highway buigt naar het noorden. Niet ver buiten Murghab staan de restanten van een oude legerpost, uit de tijden dat Russische tsaren de Pamir’s bij hun uitgestrekte rijk voegden. Je rijdt door een leeg en weids maanlandschap, met lage bergen en blauwe meren. De weg stijgt langzaam naar het hoogste punt: de 4655 meter hoge Ak-Baital-pas. Hierna daal je af naar het grote Karakul-meer. Door de hoogte en het klimaat is er in dit meer geen leven.

Tussen half juni en half augustus overnacht je in een yurt op jalang jailoo, ten westen van Karakul. Als je hier eerder of later in het jaar bent, slaap in een homestay vlakbij het meer.

Murghab – Karakul: 135 km – 2 tot 3 uur

Dag 19 Osh
De volgende ochtend klim je naar de 4336 meter hoge Kyzyl-Art pas. Hier ligt de grens tussen Tadzjikistan en Kirgizië. Na de grens daal je af naar het plaatsje Sary Tash, dat niet meer dan een kruising is: de weg naar links brengt je terug naar Dushanbe, de weg naar rechts voert naar China.
Je kunt er hier voor kiezen de reis met een dag te verlengen en te overnachten bij Achik-Tash in het base camp voor de machtige Lenin Peak, met 7134 de hoogste berg van de voormalige Sovjet-Unie. Rond het base camp liggen verschillende bergmeren. Aan het einde van de zomer heeft de kracht van de zon het water zo verwarmd dat je hier aangenaam kunt zwemmen.
Jij rijdt rechtdoor en beklimt een laatste spectaculaire pas (de Taldyk-pas van 3615 meter). Aan de andere kant ligt de uitgestrekte Fergana-vallei, die is verdeeld tussen Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan. Dichtbij de Oezbeekse grens ligt Osh, een van de oudste steden ter wereld. Van die rijke geschiedenis is niet veel bewaard gebleven, maar op de kleurrijke markt krijg je nog een idee van het verleden als handelspost langs de zijderoute.

Karakul – Osh: 285 km – 5 tot 6 uur

Dag 20 thuisreis
Je vliegt vanaf Osh terug naar huis.

Je kunt ook overwegen om vanaf Osh via de Fergana-vallei terug te reizen naar Tasjkent of om over land verder Kirgizië in te trekken.

Top