Tadzjikistan Compleet

Tadzjikistan Compleet

Uitzicht vanaf de ruïnes van Langar fort

Een bijzondere reis naar het nauwelijks bezochte Tadzjikistan. Door de spectaculaire natuur, de gastvrije bevolking en de herinneringen aan een lange geschiedenis is dit een van onze mooiste en meest indrukwekkende reizen.

Je reist in 24 dagen van Samarkand naar Bishkek, dwars door Tadzjikistan. Tijdens deze tocht reis je per jeep met chauffeur. Tegen een meerprijs reist er een gids met je mee. Buiten de steden overnacht je afwisselend in hotels, bij lokale families of in yurts. Dit is een prachtige manier om het land en de gastvrije bevolking beter te leren kennen. Maar sanitair en andere voorzieningen zijn eenvoudig, soms erg eenvoudig. Alle maaltijden tijdens de tocht zijn inbegrepen.

Een deel van de reis voert over grote hoogte. Je passeert verschillende passen van tot wel 4655 meter en slaapt ook enkele nachten ruim boven de 3000 meter. Hoewel de reis zo is opgebouwd dat je kunt wennen, krijgen sommige reizigers toch last van een milde vorm van hoogteziekte: lichte hoofdpijn en misselijkheid die na een nachtje weer is verdwenen. Als de klachten niet verdwijnen wordt doorgereden naar lager gelegen gebieden, zodat de oorzaak van de problemen wordt weggenomen.

In de reis zijn verschillende dagwandelingen opgenomen. Deze zijn niet al te lang en technisch niet moeilijk, maar kunnen door de hoogte wel zwaar zijn. Het is echter altijd mogelijk om in overleg met de gids het programma aan te passen en de wandeling in te korten of te schrappen.

De soms eenvoudige voorzieningen, de hoogte, de wandelingen, de lange afstanden over onverharde wegen maken dit een vrij zware reis. De beloning is er echter naar: een ontdekkingstocht door een van de mooiste en meest ongerepte gebieden ter wereld.

Reistype: individuele reis
Reisduur: 24 dagen
Beste reistijd: mei t/m september

Prijs vanaf: € 2525,- (uitgebreide prijsinformatie)
Praktische reisinformatie en achtergronden: Tadzjikistan en Kirgizië.
Meer informatie of een reis op maat? Wij maken graag een offerte!
Bel (030-3040031) of mail (info@blinireizen.nl) ons, of klik op de offerte-knop hieronder.
Offerte aanvraag


uitgebreide reisbeschrijving

Dag 1-3 Samarkand
De reis begint in Samarkand, een van de mooiste steden van Oezbekistan en Centraal-Azië. Als je op de luchthaven aankomt, word je opgewacht en naar je hotel gereden. Veel vluchten komen in midden in de nacht of vroeg in de ochtend aan. Natuurlijk heb je direct bij aankomst beschikking over de hotelkamer. Op dag 2 en kun je Samarkand verkennen, eventueel met gids.

Samarkand werd meer dan 2750 jaar geleden door de Perzen gesticht en is daarmee een van de oudste nog bewoonde steden ter wereld. De lange geschiedenis telt tal van tumultueuze momenten. Zo veroverde Alexander de Grote de stad in 329 voor Christus, kwamen in de 13e eeuw de Mongolen langs denderen en maakte de beruchte Timur Lenk Samarkand tot de hoofdstad van een van de grootste rijken aller tijden. En al die eeuwen was de stad een van de belangrijkste steden aan de Zijderoute.

Het Registan vormt het hart van de stad. Aan dit plein liggen drie prachtige madrassas (Koranscholen), met mooi versierde groenblauwe koepels die glinsteren in de zon. Een kwartiertje wandelen verderop ligt een ander hoogtepunt van Samarkand: Sha-i-Zinda. In deze dodenstad liggen de mausolea van tientallen rijke en machtige bewoners van de stad zij aan zij, de een nog mooier dan andere.
Tijdens de wandeling naar de Sha-i-Zinda passeer je de enorme Bibi-Khanym Moskee, die tussen 1399 en 1404 gebouwd werd in opdracht van Timur Lenk, door de vele ambachtslieden die hij van zijn veroveringen meevoerde naar Tasjkent.. Dat de moskee wat vervallen is, maakt deze des te sfeervoller.
De grote Timur Lenk zelf ligt begraven in het kleinere, maar nauwelijks minder mooie Gur-e Amir. Volgens de historici zijn tijdens zijn oorlogen meer dan 17 miljoen mensen omgekomen. Kijk naar de tombe en probeer je voor te stellen wat deze veroveraar met zijn legers teweeg heeft gebracht.
Maar vergeet door de vele monumenten vooral niet dat Samarkand een levende stad is. Blini wandelt graag rond op de grote, levendige Siob-bazaar, die naast de Bibi-Khanym ligt. Hier zie je het dagelijkse leven in het huidige Oezbekistan.

Je kunt overwegen het korte verblijf in Oezbekistan uit te breiden met een bezoek aan Bukhara, een van de legendarische steden van de oude zijderoute.

Dag 4 Penjikent, Fan Mountains, Padrud
Net ten oosten van Samarkand ligt de grens met Tadzjikistan. Twintig jaar lang was deze gesloten, tot verdriet van de lokale bevolking die de eigen familie aan de andere kant van de grens nooit meer kon zien. Sinds kort is de grens weer open, een mooie kans om een bezoek aan de karavaansteden te combineren met het bijzondere Tadzjikistan.
Penjikent is nu een stoffig provinciestadje, maar de ruïnes buiten de plaats herinneren aan de periode waarin de stad als onderdeel van het rijk Sogdia een van de belangrijke halteplaatsen op de Zijderoute was. Je bezoekt met een gids de ruïnes van de stad die in de 8e eeuw werd verlaten na invallen door de Arabieren. Ook een bezoek aan het stoffige maar interessante Rudaki-museum, dat zich richt op de geschiedenis en cultuur van de regio, staat op het programma.

Je trekt de bergen ten zuiden van Penjikent binnen. Dit zijn de Fan, een prachtig berggebied met ongerepte natuur en daarmee populair bij wandelaars en trekkers. Je volgt per jeep een onverharde weg door het nauwe dal van de Shing-rivier. Dit brengt je naar de Zeven Meren, een reeks van meren waarvan het blauw een prachtig contrast vormt met de grijsgrauwe steile berghellingen. Nadat je de eerste meren per jeep bent gepasseerd, bereik je aan het einde van de ochtend het dorpje Padrud. Hier overnacht je in de eenvoudige homestay.

Samarkand – Padrud: 165 km – 3 uur

Dag 5-6 Penjikent, Fan Mountains, Padrud
Op dag 5 rijd je eerst per jeep naar Marguzor, het zesde meer. Hiervandaan wandel je naar het zevende meer, Hazorchasma (of Hazor Chasma). Het is een prachtige wandeling door de indrukwekkende natuur van de Fan-bergen. Je wandelt rond Hazorchasma en trekt verder de bergen in, richting de 3820 meter hoge Hissar-pas die de grens met Oezbekistan vormt. Hoever de wandeling je het steeds smaller wordende dal invoert, kun je zelf bepalen. Na een picknick midden in de natuur wandel je terug naar de jeep.
Daarna rijdt je weer door het dal van de Sing-rivier naar de moderne wereld en de hoofdweg van Penjikent naar Dushanbe. Deze laat je echter al snel weer achter je om opnieuw de bergen in te trekken. Het doel is ditmaal het dorpje Artuch.

Op dag 6 staat er opnieuw een wandeling op het programma. Je wandelt eerst naar het mooi gelegen Chukurak-meer. Vandaar klim je naar de Chukurak-pas, op 3.180 meter hoge. Het uitzicht hiervandaan op de besneeuwde bergen is magnifiek. Je daalt af naar de prachtig blauwe Kulikalon-meren. Na een picknick wandel je terug naar Artuch.

Er zijn in dit gebied verschillende uistekende meerdaagse trektochten mogelijk, die eenvoudig zijn in te passen in deze reis. Zie onze website en vraag ons naar de mogelijkheden.

Dag 7 Yagnob
Je keert terug naar de bewoonde wereld en de Zerafshan-vallei. Hier neem je de weg in de richting van de hoofdstad. Maar de ontdekkingsreis is nog niet ten einde: je laat de asfaltweg alweer achter je om de Yagnob-vallei binnen te rijden.
Hier leven de Yagnobi, een volk dat afstamt van de Sogdische beschaving. Na de inval van de moslims trokken zij zich terug in deze afgelegen en moeilijk bereikbare vallei. Hier wisten zij eeuwenlang hun eigen taal en cultuur te bewaren. Het is een bijzonder gebied dat nog steeds nauwelijks wordt bezocht.

In dit deel van Tajikistan ligt ook het veelbezochte Iskanderkul-meer. We hebben ervoor gekozen dit niet in de reis op te nemen. Naar ons idee voegt het meer weinig toe aan het natuurschoon elders in de Fan Mountains en later in de Pamirs.

Artuch – Yagnob: 150 km – 4 uur

Dag 8 Dushanbe
Een volgende rit door de bergen en de Anzob-tunnel brengt je naar Dushanbe, de wat stoffige maar vriendelijke hoofdstad van Tadzjikistan.

Een volgende rit door de bergen en de Anzob-tunnel brengt je naar Dushanbe, de wat stoffige maar vriendelijke hoofdstad van Tadzjikistan.

Dushanbe combineert in een ontspannen sfeer Centraal-Azië met het Sovjetverleden. Dushanbe ligt op 800 meter hoogte in het westen van het land en is wellicht de prettigste hoofdstad van Centraal-Azië. Hart van de stad is de Rudaki-Avenue die wordt omzoomd door schaduwgevende bomen en stalinistische gebouwen. In het centrale park toont het gouden standbeeld van Rudaki het nieuwe zelfbewustzijn van het onafhankelijke Tadzjikistan.
Het straatbeeld weerspiegelt de verschillende kanten van de stad en het land. Roestige Lada’s en fonkelende Mercedessen; Tadzjiekse vrouwen met kleurrijke jurken en hoofddoekjes en etnische Russen in spijkerbroek en minirok; een in traditionele stijl gebouwd theehuis waar ijskoud bier wordt geschonken. Gecombineerd met de ontspannen sfeer is Dushanbe een leuke stad, bijvoorbeeld om een of meer dagen uit te rusten na een trekking door de Fan-bergen of een vermoeiende expeditie door de Pamirs.

Yagnob – Dushanbe: 120 km – 2,5 uur

Dag 9 Kalaikhumb
Je begint aan het tweede en mooiste deel van je ontdekkingsreis door Tadzjikistan, het traject van Dushanbe over de Pamir Highway naar Osh.

Je volgt het eerste deel van de Garm-vallei naar het oosten en buigt dan af naar het zuiden. Over de 3252 meter hoge Khaburabot-pas bereik je het dal van de Panj, de grensrivier tussen Tadzjikistan en Afghanistan. Langs de weg zie je soms de overblijfselen van de burgeroorlog die hier van 1992 tot 1996 heeft gewoed: in de berm achtergelaten gepantserde voertuigen en tanks.
In het plaatsje Kalaikhumb slaap je in een eenvoudig guesthouse of in een hotel.

Dushanbe – Kalaikhumb: 360 km – 9 uur

Dag 10-11 Vanj-vallei
De komende week volg je de Panj-vallei, waarbij je twee keer de hoofdweg verlaat om via een zijdal diep de bergen in te rijden: de eerste keer ga je de Vanj-vallei in, de tweede keer de Bartang-vallei.
Deze week zal je keer op keer opvallen hoe groot het verschil in ontwikkeling is tussen de Tadzjiekse en de Afghaanse kant van de grens: aan ‘onze’ kant een asfaltweg, aan de andere kant een ezelpad. Aan ‘onze’ kant elektriciteit, aan de andere kant duisternis.
De Panj-vallei is smal en de berghellingen steil. Op de plekken waar het dal breder wordt en vlak terrein de ruimte voor landbouw biedt, kom je door kleine dorpen waar mannen en vrouwen op het land werken en kinderen vrolijk zwaaien naar de jeep. Regelmatig passeer je grote kuddes schapen en geiten, afhankelijk van het seizoen op weg naar hoger gelegen weiden of juist weer naar de beschutting van de dalen.

De eerste serieuze zijvallei is die van de Vanj. Dit is een van de meest brede en toegankelijke zijdalen van de Panj. In het dal liggen dus ook verschillende dorpen en de ruïnes van enkele oude forten. Het dorpje Poi Mazar ligt vrijwel aan het einde van het dal. Het ligt in de schaduw van een bergmassief waarvan de Revolutie Piek tot 6974 meter hoogte reikt. Je slaapt hier twee nachten in een homestay.

Kalaikhumb – Vanj-vallei (Poi Mazar): 180 km – 5 uur

Op dag 11 verken je de vallei. Dat kan te voet, met je chauffeur of een lokale gids. Of, als je liever niet teveel wandelt, met de jeep. Je komt door dorpjes, langs akkers en snelstromende riviertjes en hebt altijd zicht op de imponerende bergtoppen.
Afhankelijk van de staat van de weg is het mogelijk per jeep het einde van de Vanj-vallei te bereiken. Hiervandaan kun je te voet verder, met een adembenemend zicht op de omringende pieken en gletsjers. Een van deze gletsjers is de Fedchenko-gletsjer, met 70 km de langste gletsjer buiten de poolgebieden.

NB: enige tijd geleden is in de Vanj-vallei een brug weggespoeld. Dit maakt de hoger gelegen delen van de vallei onbereikbaar. Het is niet zeker of de brug de volgende zomer al is hersteld.

Dag 12 Bartang-vallei (Rushan)
Dag 12 is weer een reisdag. Je keert op je gemak terug naar de vallei van de Panj en rijdt verder naar het zuiden. Het volgende zijdal is de Bartang-vallei. Het is een nauw dal met steile wanden dat na iedere bocht verrast met weer een ander landschap. Tot ver in de 20e eeuw was deze vallei nauwelijks toegankelijk. Op sommige plaatsen moesten reizigers op meerdere plekken via ladders en in manden verticale rotswanden boven de snelstromende rivier passeren. Het oversteken van de rivier zelf gebeurde op opgeblazen geitenvellen.

Je overnacht in Rushan, een klein dorp in de Panj, bij de monding van de Bartang-rivier, of rijdt al een stukje de Bartang-vallei binnen, tot het dorpje Emts

Vanj-valley (Poi Mazar) – Bartang-valley (Rushan): 226 km – 6 uur

Dag 13-14 Bartang-vallei & Khorog
De volgende dag trek je te voet of per jeep verder de Bartang vallei in. De kleuren variëren van het grijs van de bergen, het groen van de velden en de bomen, tot het blauw van de rivieren en de bergmeren en het wit van de besneeuwde toppen. Onderweg ontmoet je de lokale bevolking, altijd oprecht blij vreemdelingen te begroeten. Je bent de hele dag midden in de prachtige natuur van de Pamir’s.

Aan het einde van de dag verlaat je de Bartang en rijdt weer langs de Panj verder naar het zuiden. Hier ligt het stadje Khorog, hoofdstad van de provincie GBAO (Gorno-Badakshan Autonome Oblast) en met 28.000 inwoners de grootste plaats van de regio. Door de strategische ligging op de grens met Afghanistan was Khorog in het Sovjet-tijdperk een belangrijke plaats. Maar tegenwoordig is dit gebied een van de minst ontwikkelde delen van het land, en draagt de Aga Khan Foundation het grootste deel bij aan de lokale economie.
In Khorog is een botanische tuin gehuisvest (de op een na hoogste van de wereld op 2.320 meter) en zeker voor plantenliefhebbers de moeite waard. Op zaterdag is hier een drukke markt waar ook veel Afghanen van de andere kant van de rivier op af komen. Je bent hier dus weer even terug in de bewoonde wereld, met winkeltjes, theehuizen en restaurants. En je slaapt weer in een echt hotel.

Je hebt een volle dag om Khorog en om omgeving te verkennen en om even bij te komen van het eerste deel van de reis.

Bartang-vallei – Khorog: 90 km – 2 tot 3 uur

Dag 15-16 Wakhan-vallei
Je vervolgt je weg door het dal naar het zuiden. Een half uur buiten Khorog zie je aan de linkerkant hoog op de hellingen Koh-i-lal, een robijnmijn die door Marco Polo werd beschreven. Niet veel verder bereik je het marktstadje Iskhashim, waar net als bij Khorog een brug Tadzjikistan en Afghanistan verbindt.

Je bent nu in de Wakhan-vallei, een van de boeiendste stukken van de reis. In de lange, brede vallei liggen tal van dorpjes, ruïnes van forten, kleine heiligdommen en populaire warme baden. Naar het zuiden heb je prachtig zicht op de 7000 meter hoge toppen van de Hindu-kush die de grens tussen Afghanistan en Pakistan vormen. De vallei zelf ligt op circa 2400 meter hoogte.

Je hebt twee dagen voor de Wakhan-vallei. De eerste nacht slaap je in Ishkashim. Je hebt hier voldoende tijd voor de markt die altijd door veel Afghanen wordt bezocht.

De volgende dag verken je de vallei. Je komt al snel bij de ruïnes van een groot fort, dat prachtig is gelegen, met weids uitzicht over de Wakhan-vallei. Het oudste deel van het fort zou stammen uit de 2e eeuw voor Christus. Niet veel verder ligt het dorp Yamchun. Boven het dorp liggen de restanten van een vuurtempel en, wellicht interessanter, de warme bronnen van Bibi Fatima. Gebruik de gelegenheid om je om te kleden en je onder te dompelen in het warme water tussen de locals.
In het dorp Yamg staat een sympathiek museumpje ter ere van de lokale wetenschapper Sufi Vakhoni, die rond 1900 leefde. Het is gevestigd in een mooi traditioneel huis en vertelt het nodige over de Pamir cultuur.
Een volgende stop is in het dorp Vrang, waar de ruïnes van een stupa herinneren aan de tijden dat boeddhistische reizigers door de Wakhan trokken.

Aan het einde van de Wakhan-vallei kom je bij de plek waar twee rivieren, de Pamir en de Wachan, samenkomen om als Panj verder gaan. De samenvloeiing wordt bewaakt door het indrukwekkende fort van Langar. Je overnacht in het gelijknamige dorpje.

Khorog – Ishkashim: 126 km – 3 tot 4 uur
Ishkashim – Langar: 150 km – 5 uur

Dag 17 Zor-Kul & Kara Jylga
Na de natuurpracht van de valleien van de Panj, Vanj, Bartang en Wakhan, verandert het landschap vandaag. Het wordt er echter zeker niet minder mooi op. Je laat de Afghaanse grens en even later ook de rivier achter je en rijdt de bergen in. Langzaam klim je naar de 4300 meter hoge Kargush-pas. Het landschap wordt leger en desolater.
Via de pas bereik je de hoogvlakte van de Pamir’s die zich op 4000 meter hoogte uitstrekt. Hier kom je ook weer bij de echte Pamir Highway, die je bij Khorog hebt verlaten. Je volgt de asfaltweg naar het oosten. Regelmatig passeren hier konvooien Chinese vrachtwagens die bewijzen dat de Zijderoute nog springlevend is.
Je passeert twee dorpjes die niet al teveel voorstellen. Dan verlaat je de asfaltweg om over de hoogvlakte naar het zuiden te rijden. Je trekt nog verder de bergen in, naar een gebied dat de Kleine Pamir genoemd wordt en tegen de Afghaanse grens ligt. Het is een onherbergzaam gebied waar weinig meer groeit dan grassen en lage struiken. De lucht is helder en de vergezichten op de bergen en over de vlaktes imposant. Je zit hier boven de 4000 meter hoogte.
Op de vlakte leven in de zomer verschillende families met hun kuddes. Buitenlanders zien ze zelden en ze reageren gastvrij en enthousiast op bezoekers. Ze slapen in hun traditionele yurten (grote vilten tenten) en hoeden hun kuddes yaks.
Je bereikt de oevers van het meer met de naam Zor-Kul. Het ligt op de grens met Afghanistan aan de voet van de bergen en het water is door de ijle lucht en de vrijwel altijd onbewolkte hemel meestal prachtig azuurblauw.
Je overnacht in een yurt, en dat is een bijzondere ervaring. Alhoewel ’s nachts de temperatuur regelmatig tot onder het vriespunt daalt, is het in de yurt altijd heerlijk warm. Er zijn matten, stapels dekens en een kachel die wordt gestookt op de mest van de yaks. De toiletvoorzieningen zijn echter eenvoudig: de wc is buiten en niet meer dan een gat in de grond met daaromheen een schutting. Water, koud en warm, is er alleen in emmers.
Je slaapt echter midden in de lege natuur. Vergeet ’s nachts ook niet de yurt uit te stappen om van de sterrenhemel te genieten.

Langar – Kara Jylga: 228 km – 6 tot 7 uur

Dag 18 Kok-Jigit, Sary Gorim, Murghab
De dag begint met een laatste tocht door de prachtige natuur in dit deel van Tadzjikistan. Je bezoekt Kok Jigit en, afhankelijk van de tijd, ook Sary Gorim.
Het lijkt alsof je hier aan het einde van de wereld bent. Maar weinig meer dan 100 jaar geleden was deze regio het doel van haastige expedities waarin Russische en Britse ontdekkingsreizigers elkaar probeerden af te troeven. Het was allemaal onderdeel van de “Great Game”, de koude oorlog waarin de twee wereldrijken met elkaar wedijverden over invloed en macht in Centraal-Azië.

Daarna keer je terug naar de Pamir Highway en rijdt naar Murghab, het regionale centrum van de hoogvlaktes van de Pamir’s. Met 11.000 inwoners en op 3650 meter hoogte stelt Murghab weinig voor. Toch voelt het na de vele dagen in de leegte van de Pamir’s als de bewoonde wereld. Je slaapt hier weer in een guesthouse.

Kara Jylga – Murghab: 126 km – 3 tot 4 uur

Dag 19 Pyshart-vallei (Gumbezdikol)
In de ochtend kijk je even rond in Murghab. Je bezoekt het Yak House, waar bijzondere traditionele Pamiri-spullen worden verkocht, en de lokale bazaar. In de middag rijd je Murghab en de bewoonde wereld weer uit. De bestemming is de lege en mooie Pyshart-vallei. Hier overnacht je in de nederzetting Gumbezdikol, weer bij de nomaden.

Murghab – Gumbezdikol: 38 km – 1 tot 2 uur

Dag 20 Gumbezdikol-pas, Murghab
Vandaag staat er een serieuze wandeling op het programma. Je trekt vanuit de Pyshart-vallei over de 4731 meter hoge Gumbezdikol-pas naar de Madyan-vallei. Een lokale gids wandelt met je mee. In de Madyan-vallei word je opgepikt door een jeep voor de rit naar Murghab.

NB: als je deze wandeling niet ziet zitten is het geen probleem het programma aan te passen. Dit kan ook altijd nog ter plekke worden geregeld.

Madyan – Murghab: 60 km – 1,5 uur

Dag 21 Karakul
Vandaag begint de laatste volle dag in Tadzjikistan. Je vervolgt per jeep je tocht over de Pamir-Highway door het woeste, lege landschap. De Pamir Highway buigt naar het noorden. Niet ver buiten Murghab staan de restanten van een oude legerpost, uit de tijden dat Russische tsaren de Pamir’s bij hun uitgestrekte rijk voegden. Je rijdt door een leeg en weids maanlandschap, met lage bergen en blauwe meren. De weg stijgt langzaam naar het hoogste punt: de 4655 meter hoge Ak-Baital-pas. Hierna daal je af naar het grote Karakul-meer. Door de hoogte en het klimaat is er in dit meer geen leven.

Tussen half juni en half augustus overnacht je in een yurt op jalang jailoo, ten westen van Karakul. Als je hier eerder of later in het jaar bent, slaap in een homestay vlakbij het meer.

Murghab – Karakul (Jalang Jailoo): 165 km – 4 uur
Murghab – Karakul (homestay): 135 km – 2 tot 3 uur

Dag 22 Tulpar-meer
De volgende ochtend klim je naar de 4336 meter hoge Kyzyl-Art pas. Hier ligt de grens tussen Tadzjikistan en Kirgizië. Na de grens daal je af naar het plaatsje Sary Tash, dat niet meer dan een kruising is: de weg naar links brengt je terug naar Dushanbe, de weg naar rechts voert naar China.

Je kiest voor de weg naar Dushanbe maar verlaat deze al snel. Je volgt een karrespoor de bergen in. Je bent hier in de schaduw van de machtige Lenin Peak, met 7134 meter de hoogste berg van de voormalige Sovjet-Unie. Bij Tulpar-meer staan elk jaar de yurts van nomadische herders. Het is een prachtig gebied om te wandelen maar het is ook mogelijk paarden te huren.

Karakul – Tulpar-meer: 178 km – 4 tot 5 uur

Dag 23 Osh
Je rijdt terug naar de kruising bij Sary Tash, Nu sla je linksaf en beklimt een laatste spectaculaire pas (de Taldyk-pas van 3615 meter). Aan de andere kant ligt de uitgestrekte Fergana-vallei, die is verdeeld tussen Tadzjikistan, Kirgizië en Oezbekistan. Dichtbij de Oezbeekse grens ligt Osh, een van de oudste steden ter wereld. Van die rijke geschiedenis is niet veel bewaard gebleven, maar op de kleurrijke markt krijg je nog een idee van het verleden als handelspost langs de zijderoute.

Tulpar-meer – Osh: 263 km – 5 tot 6 uur

Dag 24 thuisreis
Je vliegt vanaf Osh terug naar huis.

Er zijn alternatieven voor de vlucht van Osh naar huis.
• Neem meer tijd voor Kirgizië. Kijk voor de mogelijkheden naar onze Kirgizië-reizen.
• Vlieg vanaf Osh door naar Bishkek, de hoofdstad van Kirgizië
• Reis niet door naar Bishkek maar naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. Bezoek onderweg de oude stad Kokand.

Top